Onafhankelijke arbiter voor betwiste bevingschade

LOPPERSUM - Versterk kwetsbare woningen en gebouwen vanuit de kern van het aardbevingsgebied waar de risico’s het grootst zijn. Verbeteren van de schadeafhandeling en maatregelen die gebouweigenaren helpen (zoals een arbiter bij geschillen over schade en een steunpunt voor bewoners).

En samen met inwoners van het gebied aan de slag om hun huis, straat, buurt, wijk en dorp veilig en beter te maken. Deze elementen staan centraal in het concept meerjarenprogramma Aardbevingsbestendig en kansrijk Groningen dat woensdag is  gepresenteerd door Nationaal Coördinator Groningen (NCG) Hans Alders. In 2016 worden 1.650 corporatiewoningen versterkt en wordt in samenspraak met inwoners en gemeenten in 2016 gestart met het voorbereiden van versterken van woningen in Loppersum, ’t Zandt, ten Post, Overschild en Appingedam. Later dat jaar volgen Middelstum, Stedum, Uithuizen of Uithuizermeeden, Ten Boer en (een deel van) Slochteren. In het concept programma staat de aanpak van het bouwkundig en preventief versterken van woningen, monumenten en andere gebouwen (zoals scholen en zorggebouwen). In combinatie daarmee wordt ingezet op het duurzamer maken van woningen, het verbeteren van de leefbaarheid en versterken van de regionale economie in het aardbevingsgebied. Nationaal Coördinator Hans Alders: “De gevolgen van de aardbevingen door gaswinning hebben grote impact op het persoonlijk leven van veel Groningers. Inwoners voelen zich onveilig in hun eigen huis, hun thuis. We staan voor een grootscheepse opgave waarbij de veiligheid van inwoners voorop staat. We beginnen met versterken van woningen en gebouwen in de gebieden waar de risico’s het grootst zijn. Dat doen we samen met inwoners en gemeenten.“ De NCG kiest er in zijn concept programma voor om te starten met het aanpakken van de woningen die op basis van de huidige inzichten de grootste risico’s lopen. De afgelopen jaren is vaak gebleken dat er nog veel informatie ontbreekt om goed te kunnen vaststellen hoeveel woningen moeten worden versterkt en welke effecten aardbevingen hebben op de woningen. Als er meer onderzoeken zijn gedaan wordt die informatie gebruikt om de aanpak te verbeteren.  Op basis van gesprekken met de bewoners wordt bepaald welke woningen in het uitvoeringsprogramma komen. Een woning of gebouw wordt niet eerder versterkt dan als daarover met de eigenaar overeenstemming bestaat. De bewoners worden nauw betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van het versterken van woningen. Dat is maatwerk. Dat gebeurt onder andere door samen met de gemeente één op één ‘aan de keukentafel’ in gesprek te gaan met de bewoners. Via een gebiedsgerichte aanpak. Dat betekent dat bij de versterkingsoperatie niet alleen naar individuele woningen wordt gekeken, maar ook naar de woonomgeving: de straat, de wijk en het dorp. Door daarbij vol in te zetten op het energiezuiniger maken van gebouwen moet er een plus ontstaan voor de inwoners. Ook wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen in bijvoorbeeld de zorg, het onderwijs en trends zoals afname van het aantal inwoners.

Verbeteren van de schadeafhandeling

De NCG gaat de schadeafwikkeling verbeteren. Vanaf 1 januari 2016 wordt in de afhandeling onderscheid gemaakt tussen “reguliere” en “complexe” schademeldingen. Behandeling van complexe schade (als er ook andere schade is dan door aardbevingen is ontstaan of er bijvoorbeeld sociale of financiële problemen zijn) gaat per 1 januari 2016 over van NAM naar de NCG. De NCG zal in die situatie een “casemanager” aanstellen, die de opdracht krijgt om met alle betrokkenen te zoeken naar een oplossing en te komen met een bemiddelingsvoorstel. NAM rondt wel alle complexeschadegevallen van voor 1 januari 2016 af.

Geschillenregeling: onafhankelijk arbiter

Er komt een laagdrempelige en voor de schademelder kosteloze geschillenregeling. Dit betekent dat een eigenaar (nadat de schademelding is beoordeeld door een eerste expert en er een contraexpertise is uitgevoerd) een onafhankelijk arbiter (“scheidsrechter”) kan inroepen om een uitspraak te doen als hij niet tevreden is over het aanbod van CVW. De arbiter komt dan als een ‘rijdende rechter’ langs bij de schademelder en doet uitspraak. Deze is bindend voor de NAM en voorkomt dat er schademeldingen zijn die niet worden afgehandeld. De bewoner houdt altijd het recht om de gang naar de rechter te maken. Met de maatschappelijke organisaties (Groninger Gasberaad en Groninger Bodem Beweging) wordt gewerkt aan de totstandkoming van een steunpunt voor bewoners. Dat steunpunt is onafhankelijk en wordt beheerd door maatschappelijke organisaties. Burgers kunnen er terecht voor bijvoorbeeld informatie of ondersteuning bij het invullen van formulieren en het schrijven van een brief naar het CVW. De afhandeling van schademeldingen blijft via het CVW lopen. Het gaat niet alleen om de effecten van de bevingen op huizen en openbare gebouwen, maar ook om infrastructuur, industriële installaties en monumenten. Hier is in het programma speciale aandacht voor, met respect voor de cultuurhistorische waarde van het gebied. Het gebied telt 1.253 monumenten. Daarvoor is maatwerk vereist. Daarnaast zal spoedig duidelijk moeten worden welke panden naast de officiële monumenten beeldbepalend zijn voor het gebied. De NCG vraagt de gemeenten aan te geven wat zij willen aanwijzen als beschermd stads- en dorpsgezicht. Voor deze beeldbepalende panden komt extra aandacht. Het conceptprogramma wordt in de maand november besproken met de maatschappelijke en bestuurlijke stuurgroep. Na 25 november stelt de NCG het plan vast. Finale bestuurlijke afstemming over het conceptprogramma vindt plaats in het Nationaal bestuurlijk overleg Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen. Het programma wordt in december ter vaststelling aangeboden aan de colleges van B&W van de twaalf betrokken gemeenten, het college van GS van de provincie Groningen en de Ministerraad. Via de coördinerend minister van Economische Zaken wordt de besluitvorming met de NAM afgerond.