Hockeyclub Eemsmond er snel bovenop

Delfzijl - DELFZIJL - De Hockeyclub Eemsmond uit Delfzijl heeft de zaakjes weer aardig op orde, bijna twee maanden na de fatale brand in het clubgebouw.

 In de nacht van 30 oktober op 1 november ging het net opgeknapte boerderijtje van de club geheel in vlammen op. Daarbij gingen onvervangbare zaken verloren, zoals het kampioenscertificaat van 1972, bekers, medailles en het net naar het gebouw overgebrachte archief. Verder ontstond er 25.000 euro schade door de in de vuurzee verslonden trainingsattributen. Het goede nieuws is, dat de club inmiddels weer over deze wel vervangbare spullen beschikt, zoals de dure keepersoutfits, hesjes, doelen, pionnen en ballen. “We zijn iedereen geweldig dankbaar die ons in woord en daad heeft geholpen,” vertelt voorzitter Coen Brouwer uit Appingedam. “Veel mensen hebben zich van hun beste kant laten zien. Dat is toch fijn om te constateren na zo'n klap voor de club. Via sponsoring van allerlei kanten hebben we inmiddels 22.000 euro toegezegd gekregen. We hebben bijna alles terug kunnen kopen. Omdat het om gebruikte spullen ging, hebben we niet veel geld van de verzekering teruggekregen. We waren wat dat betreft ook een klein beetje onderverzekerd.”   Met de verzekering van de gemeente zat het wel snor, daar kwamen Brouwer cs. al snel achter. “De gemeente heeft ons fenomenaal geholpen. In de nacht van de brand zijn er al afspraken gemaakt. Mannen als Ben Kuiper, Gerrit Dijkhuis en André Bouwman hebben in praktische zin geweldig veel voor ons gedaan. Op 5 november hadden we al de beschikking over een noodgebouw, zodat we in ieder geval weer een plek hadden om koffie te schenken. Er zijn heel snel bijgebouwen geplaatst, zodat we ons weer in een situatie verkeerden waarin we ons helemaal kunnen redden. De douches zijn nu zelfs beter dan voorheen.” Herbouwplicht
De club zal het nog wel een tijd met de felgele noodgebouwen moeten stellen. Hoewel er een herbouwplicht is voor het clubhuis, is intussen de discussie volop gaande welke sportvelden cq. -complexen in de gemeente Delfzijl behouden zullen blijven. Sportwethouder Jan Wolthof ziet zich voor de taak gesteld om bijna een derde van de bestaande velden weg te bezuinigen. De discussierondes met de verschillende clubs onder regie van het Huis voor de Sport zijn inmiddels begonnen. Daaruit is naar voren gekomen dat Neptunia en Eems Boys na een fusie wellicht verder gaan op Sportpark Centrum en Rugbyclub Phoenix wel wil verkassen naar een veld bij de clubs Oosterhoek en Farmsum. Als dat scenario een vervolg krijgt, zal de hockeyclub niet als enige gebruiker op Sportpark Uitwierde, waar nu al veel velden er ongebruikt bij liggen, kunnen blijven. Niet dwarsliggen
Voorzitter Brouwer realiseert zich die gevolgen terdege. “We hebben begrip voor de situatie, we stellen ons coöperatief en realistisch op. Het heeft geen enkele zin om uit principe te gaan dwarsliggen bij bepaalde ontwikkelingen. In januari gaan we er als club over praten welke optie voor ons het beste is. Waar we terechtkomen is niet eens zo belangrijk. Dat zou ook zo maar het Burgemeester Welleman Sportpark in Appingedam kunnen zijn. Daar zijn we 45 jaar geleden als club ook begonnen. De gemeente moet zich wel realiseren dat ze op de hockeyclub zelf niet kunnen bezuinigen. We zijn al meer dan twintig jaar selfsupporting. We hebben ons eigen kunstgrasveld in eigendom, dat in beheer is bij de overkoepelende Stichting Kunstgras Eemsmond. Die beheert de zaken financieel dusdanig dat we in 2021 weer een nieuw veld kunnen aanschaffen. Deze is nog maar ruim drie jaar oud. Het is voor ons het belangrijkste punt dat we zo'n uitstekend kunstgrasveld behouden. We zijn een groeiende vereniging, met momenteel 206 leden, die niet kan gedijen op een of ander combinatieveld. Qua afmetingen kan dat al helemaal niet. Bovendien is de bezetting van de velden in de weekends al bijna maximaal, met drie seniorenteams en dertien jeugelftallen. We zouden – als zich een nieuwe situatie aandient – zelfs het liefst de beschikking hebben over een tweede kunstgrasveld. Dat zou dan wel een combinatieveld kunnen zijn, eventueel te gebruiken met een andere sportclub, bijvoorbeeld met een voetbalclub of korfbalvereniging.” Afgelegen
“Dat we als bovenregionale hockeyclub recht van bestaan hebben, moge duidelijk zijn. Uit alle adhesiebetuigingen blijkt ook wel dat iedereen het belangrijk vindt dat we er zijn. We timmeren stevig aan de weg. Vorig jaar zijn we begonnen met het geven van clinics aan schoolkinderen in Appingedam, dit seizoen doen we dat in Delfzijl en volgend jaar trekken we naar de buitendorpen van de gemeente Delfzijl. We zijn van plan een beetje betekenis te hebben voor de regio. We stellen ook op allerlei manieren ons terrein beschikbaar, zoals voor scholen, een paardenevenement en het Huis voor de Sport. Maar dat terrein ligt, inderdaad, wel erg afgelegen.” Bram Noordhuis