NAM haalt gesteente omhoog bij Zeerijp om beter inzicht te krijgen in bevingen

Zeerijp - De NAM heeft stukjes gesteente uit het gasveld bij Zeerijp gehaald. De monsters komen van dertig meter diepte en moeten meer informatie verschaffen over het inklinken van het gesteente en de wrijving hiervan op breukvlakken. Deze factoren zijn van invloed op het ontstaan van aardbevingen door gaswinning.

Jan van Elk, hoofd van het onderzoeksprogramma bij NAM over het onderzoek: “De gesteentemonsters worden onder meer onderzocht in het lab van de faculteit geowetenschappen van de Universiteit Utrecht. We zetten de beste nationale en internationale universiteiten en onderzoeksinstituten voor ons onderzoeksprogramma in." De putten in Zeerijp zijn speciaal ontworpen voor het plaatsen van geofoons. Nadat de gesteentemonsters zijn getrokken, plaatst NAM bij deze put de zeer gevoelige meetapparatuur over een lengte van 560 meter. Bij de andere put gebeurt dat over een lengte van 470 meter. Van Elk: “De geofoons zijn in staat om ook hele kleine aardbevingen te meten, zogenoemde microseismiciteit. Met die data zijn we beter in staat om te bepalen op welke diepte aardbevingen plaatsvinden. Dit inzicht is waardevol, omdat de diepte mede bepaalt hoe sterk de grond aan de oppervlakte beweegt bij een aardbeving. De diepte speelt dus een rol bij de mate van schade aan – en veiligheid in – huizen en gebouwen in de regio." In een eerder stadium werden twee oude observatieputten in Zeerijp en Stedum voorzien van geofoons. Bij de nieuwe speciaal ontworpen putten, worden de geofoons over grotere lengte geplaatst. De analyses van de metingen van de geofoons maken NAM inzichtelijk via NAMplatform Feiten & Cijfers. Ook worden er in het boorgat metingen gedaan en wordt de put voorzien van een glasvezel kabel. Deze kabel is in staat om realtime de mate van compactie te monitoren. Het is voor het eerst dat deze innovatieve techniek in het Groningen-gasveld toegepast en getest wordt.