Nieuw boek Hans Beukema: Onderduiker in Noordoost-Groningen

Delfzijl - Op 5 mei 1945 legden de Duitse troepen in Nederland de wapens neer. Na de feestroes kwamen de soms onbevattelijke verhalen van vervolging en onderdrukking aan het licht. Veel gebeurtenissen werden daarna in talrijke publicaties beschreven. Zoals het risicovolle onderduiken in de grote steden. Maar zelden werd aandacht besteed aan de onderduikers op het Groninger platteland. De 93-jarige heer Olinga was een van hen. Hans Beukema doet in zijn nieuwste boek verslag van het spannende oorlogsrelaas van de voormalige bakker.

Bakkersknecht Olinga werd voor de Arbeitsdienst opgeroepen, maar gaf daaraan geen gehoor. En hij kwam er voorlopig nog mee weg ook: in het begin van de bezetting was de controle nog niet waterdicht. Een ongehoord brutale stap was echter om bij bakker Brauns in Delfzijl in dienst te treden. In het statige pand naast de bakkerij was namelijk het SD-hoofdkwartier gevestigd. De heer Olinga: “SD-chef was Heinrich Bordeaux. Uiterlijk een keurige heer. De andere SD' ers kwamen regelmatig in onze bakkerij, voor huiselijke zaken zoals scheerwater warm maken of oud brood roosteren. Wij hadden geen last van ze, maar het was natuurlijk tuig.” De ontdekking van zijn status van Arbeitsdienstweigeraar bleef niet uit. Olinga vluchtte door ettelijke Delfzijlse tuinen, waarbij de Duitsers gericht op hem schoten. Zijn vlucht eindigde de volgende ochtend bij zijn ouderlijk huis in Losdorp. Hij bouwde daar een schuilplaats onder de mestvaalt en begon zijn onderduikperiode. Het huis was daarna ettelijke keren het mikpunt van zoektochten door landwachters en SD. De schuilplaats werd niet ontdekt. De Duitsers vermoedden dat het Groninger platteland een groot aantal onderduikers herbergde. Ze hadden gelijk. In februari 1944 vond in de omgeving van Bierum, Spijk, Losdorp, 't Zandt, Godlinze en Kolhol een ongekend grote razzia plaats, waaraan 1100 Duitsers deelnamen. De onderduikers werden nu vluchtelingen. De strooptocht begon ‘s morgens in het donker. Toen het daglicht doorbrak, zochten de opgejaagde jongemannen hun heil in sloten. Het net werd steeds dichter getrokken. Aan het eind van de dag had de razzia tachtig onderduikers opgeleverd, onder wie één dode. Jo Olinga was niet bij de gearresteerden. Hij wist steeds ‘kantje boord' op miraculeuze wijze aan zijn belagers te ontkomen, waarbij hij die dag vele kilometers rennend of sluipend door sloten aflegde en enige keren onder vuur lag. Na de bevrijding trad de heer Olinga in dienst van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), die in het machtsvacuüm tussen de vertrekkende Duitsers en de vestiging van het Nederlandse gezag moesten voorzien. De heer Olinga over die periode: “Het was een bijeengeraapt, niet opgeleid zootje. Ik voelde me er helemaal niet bij thuis. Toen ze meisjes wilden arresteren die omgang met Duitsers hadden gehad, heb ik geprotesteerd. Ik moest toen mijn spullen inleveren. Ik deed het graag. Ik had gehoord van schandelijke taferelen in andere plaatsen en wilde me niet schamen.” In zijn boek ‘Onderduiker' heeft Hans Beukema een onbekend, uitermate spannend stuk plattelandse oorlogsgeschiedenis neergelegd. Hij laat zijn zegsman, de heer Olinga, daarbij veelvuldig zelf aan het woord. ‘Onderduiker' is een aanrader voor allen die een mix van feiten en spanning weten te waarderen. Vanaf vrijdag in de boekwinkel of via maritext@ziggo.nl (geen verzendkosten). Prijs € 14,90.