Loppersum 70 jaar later: Duur gekochte vrijheid

Delfzijl - Zeventig jaar vrijheid…! Overal in het land zal dit op gepaste wijze herdacht en gevierd worden, zo ook in onze provincie. Maar hoe beleefden de inwoners van bijvoorbeeld Loppersum de laatste oorlogsdagen?

Loppersum werd vandaaG, 20 april, precies 70 jaar geleden bevrijd. Dominee Ypma van de Gereformeerde Kerk Loppersum hield het nauwkeurig bij. In het heetst van de strijd moest hij de door granaatvuur getroffen mevrouw Nienhuis voorbereiden op de dood en haar vertellen van het overlijden van haar kind en zoon. Twee andere zoontjes lagen gewond in een schoollokaal. Daarnaast hechtte hij er waarde aan jonge vrouwen en meisjes te “waarschuwen” voor de Canadese bevrijders die veelal reeds jaren van huis waren. ‘Laat geen enkele van onze meisjes zich verlagen en haar eer te grabbel gooien. Laten ze een gepaste afstand bewaren, opdat onze vrienden straks naar Canada terugkeeren met een hooge indruk van de kuischheid en ingetogenheid onzer vrouwen en meisjes. Doet niets, meisjes, waardoor gij deze mannen, die meest al jaren van huis zijn, op eenigerlei wijze in verzoeking brengt…’ Wonderlijk zijn de beide laatste weken geweest, schreef dominee Ypma eind april 1945. ‘Nadat wij Zondag 15 April ‘s morgens onze laatste kerkdienst gehouden hadden en de Duitschers des middags in allerijl weg trokken, meenden we reeds zoo goed als vrij te zijn. Kwamen nu onze bevrijders maar. Helaas, die bleven uit. Dinsdag en Woensdag daarop waren we practisch niemandsland. Ongemoeid kon men van hier in het bevrijde gebied komen. Velen, waaronder ook ondergetekende, hebben daarvan gebruik gemaakt, door de Canadeezen in Ten Boer te gaan begroeten. Maar Donderdag werd het anders. Toen ik ’s morgens de copie voor ons mededeelingsblad gereed had en haar bij den ‘drukker’ liet bezorgen, bleek dat deze met zijn gezin, evenals zoovele andere, afwezig was. En ’s middags waren we vanaf de Wymersweg getuige van het hevige mitrailleurvuur der Duitschers op de Canadeezen, die verschillende boerderijen bezet hadden. Maar pas de volgende dag brandde de strijd eerst recht los. Angstige, maar toch ook weer zegenrijke uren brachten we in onze kelders door. Zegenrijk, omdat uit de benauwdheid menig stil of luid gebed tot den God des levens is opgestegen. Totdat de Canadeezen onze huizen binnenstoven en met hun “Oké” onze vrijheid kwamen melden. Die vrijheid bleek echter het gevaar allerminst op te heffen. Immers, nù regende het granaten van vijandelijke zijde. En vooral: die vrijheid bleek duur gekocht. De materieele schade was groot. Maar erger was, dat er menschenlevens te betreuren vielen. De Roode- Kruis verpleger uit de Openbare School kwam mij halen en weldra stond ik in diepe ontroering bij het stoffelijk overschot van br. R. Nienhuis, met wien ik enkele dagen tevoren nog het drukke beweeg in Ten Boer had gade geslagen en bij dat van zijn zoontje. In de gang lag met geamputeerd been zuster Nienhuis. Temidden van het granaat-geknetter moest ik haar voorbereiden op den dood en tevens haar vertellen van het overlijden van haar man en kind. Ook de beide andere zoontjes lagen in een schoollokaal, de een zwaarder, de ander lichter getroffen. En voorts Zr. Oosterheert, die op het oogenblik verpleegd wordt in het ziekenhuis te Helpman, al waar Zr. Nienhuis nog de avond van haar aankomst overleed. Aangrijpend was Dinsdagmiddag de driedubbele begrafenis. En toch niet troosteloos. De Heere schenke Zijn troost waarin de beide oude moeders zich mogen verheugen, ook aan de beide achterblijvende weesjes, tot wie onze diepe deernis uitgaat. Groot respect hebben wij voor de wijze waarop de ziekenverpleger, de heer De Canter, met eigen levensgevaar, de eerste hulp aan de gewonden heeft verleend. Duur gekocht is onze vrijheid. Met bloed gekocht. Welke bloedoffers zal Delfzijl nog moeten betalen? We houden ons hart vast. Beter: we heffen smekende handen voor hen ten hemel. En behalve aan die vele oorlogs-slachtoffers denken we óók aan de talloozen die de bloeddorstige vijand nog te elfder ure vermoordde. Het ene massagraf na het andere wordt gevonden. In dat bij Bakkeveen werd opgespoord het stoffelijk overschot van br. Ubbens, broer van Zr. Dijksterhuis. Wij bidden ook deze familie Gods rijken troost toe. En niet minder gaat onzen deernis uit naar de 3½ millioen, die in het Westen van ons land den hongerdood tegemoet gaan, als de Almachtige aan de bevrijdingslegers niet een spoedige zege bereidt. Zoo is er voor uitbundig feestvertoon geen reden. Maar wél voor groote dankbaarheid. Wat had de vijand hier nog kunnen uitmoorden, als God hem niet een ‘Halt” had toegeroepen. Dankbaarheid betaamt het óók, omdat het aantal slachtoffers in Loppersum niet vèèl grooter is. Menigeen onzer weet te verhalen van wonderlijke uitredding. Hoe genadiglijk zijn onze zieken gespaard gebleven, waarvan menigeen zonder dekking in de ziekenkamer moest blijven liggen. Laat niemand onzer vergeten, dat de Heere ons leven in doodsgevaar gespaard heeft, uitsluitend, opdat het Hém zou toebehooren. Onze vrijheid is dúúr gekocht met het bloed van óns volk én dat van onze dappere bondgenooten. Laten we haar er des te meer om waardeeren. En laten we ál die bloedoffers ons een heenwijzing zijn naar het EENE GROTE BLOEDOFFER, waarmee onze Heere Jezus Christus ons heeft vrijgekocht, opdat we IN VRIJHEID den Heere zouden dienen ál de dagen van ons leven. DANKDIENST Deze is, gelijk men bespeurd zal hebben, tot nadere aankondiging uitgesteld. O.a. in verband met de nerveuze spanning waarin heel veel menschen nog verkeeren. Laat me in dit verband er op mogen aandringen dat men toch niet elkaar noodeloos angstig make. Het is beter om elkaar óp te wekken tot rustig vertroiuwen op den Heere. Laten wij NU ons geloof in praktijk brengen, dat zonder Zijn Vaderlijke wil geen haar van ons hoofd vallen kan. ONZE MEISJES EN DE CANADEEZEN Onze meisjes hebben onze bevrijders een gulle ontvangst bereid. Dat spreekt ook vanzelf. Toch lijkt het me alleszins gewenscht om te herinneren aan een artikel, dat enkele maanden geleden in ‘Trouw’ verscheen. Het schone geslacht werd daarin opgewekt om zich tegenover onze bevrijders wel vriendelijk en minzaam, maar tegelijk waardig en ingetogen te gedragen. Ik sluit me daarbij van harte aan. Laat geen enkele van onze meisjes zich verlagen en haar eer te grabbel gooien. Laten ze een gepaste afstand bewaren. Opdat onze vrienden straks naar Canada terugkeeren met een hooge indruk van de kuischheid en ingetogenheid onzer vrouwen en meisjes. Doet niets, meisjes, waardoor gij deze mannen, die meest al jaren van huis zijn, op eenigerlei wijze in verzoeking brengt. Helpt hen in hun strijd om rein te blijven. En ouders: “ L e t “ in deze dagen “o p u w s a e c k! “ Mocht U met Canadeezen in aanraking komen, wilt U hen dan het onderstaande laten lezen? WELCOME TO OUR LIBERATORS In the name of the Reformed Christians in Loppersum we give you a heartly welcome. We have a long time looked forward toyour coming and are glad that you are here now. We thank God that He has employed you to free us from the cruel regime of the Germans. And we thank you, that you do what you can to spare our civil population during the battle. The Canadians are a religious people. We Dutchmen do also. We see this war above all things as a religious-war. A war against the new heathenism of Hitler. Therefore we pray to God that He will bless your weapons. We hope you will take with you the best impressions from our country and for our people.' God save you all. The Reformed Minister R. Ypma   Dominee R. Ypma