Nicolaïkerk krijgt eindelijk echt stadsorgel

APPINGEDAM - In de jaren vijftig van de vorige eeuw speelde het al. De grootste kerk van de Ommelanden, de Niciolaïkerk in Appingedam, moest het in wezen stellen met een orgel dat niet bij haar status paste.

“Het was eigenlijk een dorpsorgel in een stadskerk,” stelt kenner en orgeladviseur Stef Tuinstra uit Bedum. Tuinstra constateert met genoegen dat er volgend jaar een echt stadsorgel van wordt gemaakt. Het Hinszorgel wordt niet alleen helemaal gerestaureerd, maar krijgt er ook een vrij pedaal bij. Een operatie die bijna een half miljoen euro gaat kosten. De term vrij pedaal zal wenkbrauwen doen fronsen, weet Tuinstra. “Het gaat om een basklavier dat met de voeten wordt bediend. Er komen drie registers bij. Tot nog toe mist het orgel iets basgeluid. Het heeft een te weinig dragende klank. Zoals het nu klinkt, licht en helder - hoe mooi ook – verwacht je niet in zo’n grote kerk. Je verwacht meer stevigheid in klank. Er zijn te weinig lage frequenties. Ja, nu komen er langere pijpen bij.”

Uit de muur kappen

De veroorzakers van het nieuwe vollere geluid zijn straks echter amper te zien. “Zeventig jaar geleden bestonden er plannen om naast het bestaande orgel twee grote torens te bouwen,”vertelt Tuinstra. “Net als veel in Noord-Duitsland gebeurde. Omdat er geen geld voor was, is dat niet doorgegaan. Vanwege de monumentale waarde, het fraaie orgelbalkon en mooie houtsierwerk is nu besloten om van het orgel af te blijven. We moesten dus creatief zijn. En als het niet kan zoals het moet, moet het zoals het kan. De eis was dat de uitstraling zo weinig mogelijk aangetast mocht worden. En dat bereiken we door het basgedeelte achter het huidige orgel te bouwen, nauwelijks zichtbaar. Er zit nog ruimte achter het orgel en we kappen een deel uit de muur. Die is twee meter dik en kan dus wel wat hebben. Allerlei diensten hebben het plan beoordeeld en na een half jaar hebben we groen licht gekregen.” Intussen waren ook de financiën rond, maakt kerkrentmeester Martien van Bostelen duidelijk. “De restauratie en nieuwbouw komen op 480.000 euro. We krijgen van de provincie 178.000 euro en er zijn diverse fondsen over de brug gekomen. Via het orgelfonds van de Stichting Nicolaïkerk – uit eigen middelen, zeg maar – hebben we ook 96.000 euro binnen gesleept. Dat is toch ruim 20 procent van het benodigde bedrag.”

Van andere planeet

Daarmee kan het op zich unieke orgel weer decennia mee. Het werd in 1638 door Anthoni Waelckens gebouwd en in 1744 door Albertus Antoni Hinsz vernieuwd, de naamgever van het orgel. “Het is in eerste instantie wat ouderwets gebouwd,” doceert Tuinstra. “Later werd ook vaak onterecht gedacht dat er 16e eeuws pijpwerk in zat. Hinsz heeft het helemaal nieuw opgebouwd, met meer octaven. Ondanks dat er archieven uit die jaren ontbreken, weten we dat Hinsz veel oude pijpen heeft hergebruikt. En dat maakt dit orgel zo bijzonder. Die 17e eeuwse pijpen komen wèl uit de gouden eeuw van de orgelkunst. Ze geven het orgel die weemoedige, rondere klank, waarvan men in deze tijd weer zo houdt. Dit orgel heeft eigenlijk een klank die van een andere planeet lijkt te komen. Dat melancholieke, zuchtende, warme…” Hij vergeet al vertellende bijna weer dat het orgel anderhalf keer zo klein is als de orgels van kerkjes van pak ’m beet Leens of Midwolda.

Drie in de wereld

Tuinstra vestigt er de aandacht op dat het Damster Hinszorgel tijdens de diverse opknapbeurten tussendoor ook het nodige geluk heeft gehad. Zo is het een van de drie orgels in de wereld dat nog beschikt over een origineel zink (destijds: cinck) blaasinstrument. Orgels hadden eeuwen terug allemaal imitatieregisters met blaasinstrumenten als trompet en fagot. “Restaurateur Van Oeckelen heeft de zink er in de 19de eeuw wel uitgehaald, zoals dat overal gebeurde, maar heeft het wel bij het orgel gehouden alsof-ie iets voorvoelde. Het houten blaasintrument is inmiddels gefotografeerd, opgemeten en nagemaakt door orgelbouwers uit Japan, de Verenigde Staten en Duitsland. Daarmee is de naam van het orgel wel gevestigd.” De bekende orgelbouwer- en restaurateur Hans Reil uit het Gelders Heerde neemt de restauratie en nieuwbouw in 2016 voor zijn rekening. Daarna is het de bedoeling dat het orgel meer aandacht en liefde krijgt en veel meer gebruikt gaat worden tijdens concerten. Er wordt gedacht aan combinaties, van orgel en saxofoon of van orgel en theater. “Er moet meer reuring komen,” vindt Van Bostelen. “Het gebruik van het orgel moet meer multifunctioneel worden, net als met de kerk zelf is gebeurd. Het orgel moet gewoon eigentijdser worden gebruikt, het hoeft niet altijd zelf centraal te staan. Gelukkig denkt onze organist Vincent Hensen er net zo over.”

Satans fluitstoel

“We moeten eigenlijk weer een beetje terug naar de zeventiende eeuw,” vult Tuinstra aan. “Het orgel van toen kun je vergelijken met het 3FM van nu. Men verpoosde in die tijd veel in de kerk en genoot onderwijl van mooie deuntjes op het orgel. Een organist was in die tijd ook gewoon in dienst van de stad. Calvijn heeft overal een beetje een eind aan gemaakt. Op een gegeven moment mocht de zang tijdens kerkdiensten zelfs niet meer begeleid worden door het orgel. Calvijn noemde het kerkorgel zelfs satans fluitstoel.” Bram Noordhuis