Glasvezel op platteland alleen haalbaar bij centrale aanpak

EEMSMOND - De enige haalbare manier om buitengebieden toegang te geven tot snel internet is door financiële steun van overheden en/of andere geldschieters.

Met die steun zou er een organisatie opgericht moeten worden die een glasvezelnetwerk aanlegt in gebieden in Groningen die nu nog geen toegang hebben tot breedbandinternet. Tot die conclusie komt de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) naar aanleiding van een onderzoek dat zij deed op verzoek van de provincie Groningen. Het onderzoek werd eerder deze week aangeboden aan gedeputeerde Besselink, die in het kader van leefbaarheid om dit onderzoek verzocht. In de provincie Groningen zijn ongeveer 17.000 huishoudens en 2.000 bedrijven niet aan te sluiten op snel internet omdat de plaatsen waar ze wonen of werken zo ver af liggen van de bebouwde kom, dat de marktpartijen niet bereid zijn te investeren in het aanleggen van snel internet. Omdat snel internet een belangrijke voorwaarde is voor de leefbaarheid van een gebied heeft de provincie de RUG opdracht gegeven om een plan te maken hoe ook in het buitengebied snel internet aangelegd kan worden. “Uit dit onderzoek blijkt klip en klaar dat andere partijen dan de handschoen op moeten pakken,” constateert Besselink De lokale initiatieven zouden lokaal de vraag kunnen inventariseren en bundelen en het lokale deel van het glasvezel netwerk kunnen huren of kopen van de centrale organisatie om lokale klanten snel internet te kunnen bieden. Daar waar (nog) geen lokale initiatieven zijn, zo stelt de RuG voor, kan ‘Homes passed’ infrastructuur gerealiseerd worden. Dit betekent dat glasvezel al wordt aangelegd in straten, maar nog niet wordt doorgetrokken naar huizen. Zo wordt ook in initiatiefarme gebieden glasvezel zo ver mogelijk het buitengebied in gebracht en hebben (nieuw gevestigde) huishoudens en bedrijven later alsnog de optie om aan te sluiten. Wat de RUG betreft moet breedbandtoegang in de Nederlandse/Groningse situatie 100 Mbit/s up en down, stabiel en tegen geringe kosten uitbreidbaar zijn. Praktisch voldoet dan alleen een glasvezelnetwerk. Gebieden waar nu al coax (kabel TV) ligt zijn ‘grijs gebied’. Aansluiting op glasvezel is daar niet urgent. De grote voorkeur voor een open netwerk voorkomt monopolistisch gedrag rondom het dienstenaanbod. Lokale initiatieven sturen meestal aan op open netwerk, het heeft de voorkeur van de EU (blijkend uit een principe-uitspraak van de Europese Commissie) en ook in Nederland ontwikkelt de discussie zich in die richting. In Groningen zijn het er 7 intiatieven , die globaal tweederde van het Groningse witte gebied dekken. Voor de uiteindelijke aanleg van een glasvezelnetwerk zijn de initiatieven echter (te) klein. De aanbestedingskosten en de vaste kosten zijn zo hoog dat exploitatie niet rendabel te krijgen is. Daar komt bij dat de opgave technisch, juridisch en organisatorisch erg ingewikkeld is.