Een kamer vol vreemde snoeshanen en snoeshennen

Delfzijl - Dag Miezevriendin,

Hebben jullie de kerstboom ook al in de kamer staan? Bij ons staat hij al weer een poosje. Natuurlijk wilden Dik en ik er direct in klimmen. Maar dat vinden ZIJ niet goed. Dat begrijp ik niet. Wat heb je aan een boom als je er niet in mag klimmen? Ik schikte me in mijn lot en ging onder de boom liggen. Op mijn rug, zodat ik gezellig tegen een glinsterbal kon petsen. Oh, wat wiegelde de bal leuk. Harder en hoger. Tot hij opeens door de kamer vloog. Pats, zei de bal. En veranderde in een verzameling scherven. Laten ZIJ dat nou helemaal niet leuk vinden. Wat een chagrijnen! Zeker last van kerststress - zo'n moderne mensenkwaal. Maar vorige week hadden we hier pas echt last van stress. Dinsdag ontbrak Dik bij het avondeten. Dat was vreemd, want dan is Dik er altijd. ZIJ waren ongerust, maar ZE hadden geen tijd om te gaan zoeken, want ZE kregen bezoek. Een hele kamer vol vreemde snoeshanen en snoeshennen. Even terzijde: voor mij een avond met tassenkansen – tassen van tantes die nog niet weten dat ik graag in tassen zit te snipperen. Hoe dan ook, toen het bezoek weg was, was het te laat om te gaan zoeken. Die hele nacht lette ik op of Dik kwam binnenklepperen. Maar nee, zijn plekje op het bed bleef leeg. De volgende ochtend ging ZIJ bij de buren vragen. En jawel, sukkeltje Dik zat opgesloten in hun schuur. Dik werd bevrijd. Hij huppelde als een hondje achter haar aan naar huis. De hele dag drentelde hij om haar heen. Waar ZE ook maar ging, Dik ging mee. Hij ging zelfs mee naar het toilet. De dappere tijger die huis en haard bewaakt. Vertel me wat! Als ik dan toch zo uit de school klap: nog een Dikkie-dommigheid. Ook Dik had last van stress, van die onbegrijpelijke katerstress. En dan gaat hij vlaggen. Het liefst zet hij in elke hoek van de kamer een merkje. Ditmaal plaste hij over de schakelaar van een lamp. Even later flitste er een vlam. De stroom viel uit. Gelukkig was HIJ thuis – HIJ doofde het vuur en herstelde de stroom. Maar dacht je dat Dik begreep dat hij de veroorzaker was van het brandje? Vergeet het maar. Zijn reactie was: direct weer een plasvlagje zetten in die vreemd geurende smeulhoek. Maar HIJ zag de aanstalten in Diks staart en gaf Dik een dikke uitbrander. Dik droop af, de oortjes plat. Hij ging op bed liggen mokken. Want waarom was HIJ opeens zo onaardig? Hij, Dik, wilde toch alleen maar dat indringeraroma verjagen met zijn eigen geur? Ik probeerde het Dikkie uit te leggen. Tevergeefs. Toen likte ik zijn oren maar weer overeind. Dat hielp. Dik werd weer de oude snorkampioen. En viel in slaap.   Lieve Mies, ik wens jou en de jouwen goede feestdagen en een gezegend 2012! Cootje