Mies en Cootje: Ik liep met opgeheven staart naar buiten…

Delfzijl - Dag lieve Cootje,

Je weet dat ik graag tv mag kijken. En paar dagen geleden zag ik een film over twee bejaarde mensen met een hele oude krakkemikkerige camper. Ze stonden om de haverklap met pech langs de weg maar toch reisden ze van hot naar her, van Bourtange naar Costa del Sol en hun kleine boef ging altijd mee. Die kleine boef was een heel leuk zwart poesje. Als ze gingen rijden zat ze op haar kussen, tussen de beide voorstoelen in. Maar het duurde maar even, of ze nestelde zich op de schoot van haar vrouwtje. Was ze uitgeslapen dan maakte ze een wandeling over het dashboard en ging midden op het stuurwiel liggen. Haar baasje trok zich daar niets van aan. Hij noemde het “stuurbekrachtiging”. Gingen ze stoppen en de camper verlaten, dan werd de kleine boef in een kattenmand gezet en buiten naast hun stoelen neergepoot. Als ze ergens lang bleven dan mocht ze daar uit. Nee, je hoefde niet bang te zijn dat ze weg liep. Ze bleef keurig in de buurt van de camper. En als de kleine boef vond dat het tijd werd om te vertrekken, ging ze alvast boven op het stuurwiel liggen. En waar die poes niet is geweest. Overal. Maar ja, daarvoor moest ze wel een paar keer naar die kamer waar het zo akelig ruikt, naar die man met die witte jas en die spuit in de hand. Heb ik dat ervoor over? Nou, ik weet het nog niet zo zeker. Ik blijf liever thuis. Kun je ook genoeg beleven.   Zo ook vorige week. Mijn buurjochie vertelde heel enthousiast aan HEN dat hij een boomhut had gemaakt. Hij had het er erg druk mee gehad. Nee Cootje, het is niet wat je denkt. Zijn boomhut zat niet in een boom, maar bleek een diepe kuil in de grond te zijn. Op de bodem van de kuil lag lekkere droge rulle grond. Momenteel met die nattigheid is het geen pretje om een kuil in de tuin te moeten graven om je behoefte te doen. Krijg je later weer moppers omdat je met die modderpoten op bed durft te springen, niks waard. Dus…ik zag die kuil en dacht bij mezelf: Dank je wel. Ik hoef geen moeite meer te doen en ik zakte voldaan door mijn poten en verhief mijn staart. Hè, hè, dat luchtte op. Ik was nog helemaal in de mood toen er opeens een boos jochie kwam aangerend. Hij joeg me met veel kabaal de kuil uit. “Weg Mies. Ik vind je helemaal niet lief. Dat is mijn hut”. ‘k Schrok me wezenloos. Hapte van schrik naar adem. Snel naar huis gerend om troost te zoeken bij mijn ZIJ. Gaf ZE me dat? Nee Cootje, ik kreeg een uitbrander! Er werd mij verteld dat ik dat niet had mogen doen en er werd naar de kattenbak gewezen. Nou ja, zijn ze helemaal. En weer liep ik met opgeheven staart naar buiten. Ze kunnen me wat!   Mies.