De Madame bij ons in de straat eet rauwe aardappelen

Delfzijl - Cootjelief,

ZIJ heeft weer eens een slapeloze nacht en dan struint ZE door het huis. Ik ga HAAR dan gezelschap houden, je weet het maar nooit. ZE gaat boontjes doppen, 3 uur 's nachts. Hoe bedenkt ZE het Co! Klaarwakker ben ik. ‘k Heb best trek en probeer HAAR dat duidelijk te maken. “Nog niet Mies!”. Dan ga ik jou maar schrijven, Cootje. Moet toch wat te doen hebben. Ik heb deze week toch iets gehoord! Een mensenvriendin vertelde het verhaal over de hond van haar broer, die het niet meer had op feestavonden. Als de muziek hard stond, ja, zelfs als de plaatselijke fanfare door de straat liep, was die hond helemaal van slag. Dat zijn wij natuurlijk wel gewend van dat soort. Niets nieuws onder de zon. Zijn baas kreeg het advies naar stille(re) oorden te vertrekken, maar hij ging naar een dierendokter en kreeg daar een pil voor het beestje, die erg duur was en waarvan de arme drommel een week van slag was. Niks hielp. Blijkbaar lustten die mensenbazen graag een glaasje “advocaat” en er werd gekeken of die hond dat ook zou lusten. Warempel, dat gele goedje ging ras naar binnen en daarna ging Fikkie lodderig kijken en lei zich gevloerd in zijn mand. Geen centje pijn meer. Zo kennen we allemaal ons lievelingseten. De Madame bij ons in de straat eet rauwe aardappels. Zo uit het water. 'k Heb altijd al verkondigd dat aan haar een steekje los zit. Die kakmadame. Meent dat ze heel wat is. Ze eet nog net niet met haar pootjes. En zo-één eet dan wat Jan met de pet ook nuttigt. Poeh hé. Wij, gewone katten eten ze tenminste nog gekookt! En Frits, de kater steelt altijd 's nachts mijn diner als hij de kans daar toe krijgt. Trouwens, jij en je broer Dik weten ook van wanten. Haringstaartjes, chocola en ijs. Ik weet precies wanneer ZE hier iets nuttigen. ‘k Ben altijd present bij de koffie (heerlijke snoepjes) en ik ben altijd op tijd voor de warme hap. Ik ga dan keurig op mijn achterpoten met de staart erom heen geslagen naast HAAR stoel zitten. Mijn oogjes half dicht geknepen en zo nu en dan open ik mijn bekje voor een klaaglijk miauwtje. ZE smelt voor je en maakt een schoteltje klaar met een paar stukjes vlees, wat fijn geprakte aardappeltjes met jus en dat eet ik zalig op, onder veel gebrom van HEM. “Je verpest die kat goed”. Ik denk dan: “Veel geschreeuw maar weinig wol”. Een nicht van mij is stapel op oudewijvenkoek en een ander vliegt d'r mand uit voor kwark-vanillebrood. De poezen met een meterslange nestlijst krijgen importvoedsel uit Engeland maar laten wij het maar bij onze degelijke kost houden Cootje, van konijn tot vis. En ons zo nu en dan laten verwennen met slagroom, ijsjes, chips, kaas en worst om maar iets te noemen. Het kan niet altijd spek voor ons bekkie zijn, jammer genoeg. Maf ze meid. Mijn buik staat rond!