Mies en Cootje: Die groep denkt dat zij de uitverkorenen zijn

Delfzijl - Dag schrijfvriendin,

De laatste tijd heb je wel wat meegemaakt Cootje. Niet leuk wat er met Dik gebeurd is. Het leven is niet altijd prettig. Hier is ook weer heel wat afgepraat de laatste dagen. Er was weer eens iets bijzonders op de tv. Volgens mij brengt dat kastje alleen maar zorgen in huis. Ik heb meegekeken en we zagen een groep mensen, die op een boerderij ergens in Nederland wonen en zich voorbereiden op het einde van de wereld. Volgens hen gebeurt het dit jaar, terwijl een andere groep denkt dat het het volgend jaar gebeurt. Ik denk dat ze het niet echt weten Cootje! De groep die in de boerderij woont verzamelt vlees, groente en hout. Het zijn net eekhoorntjes, overal maken ze voorraadschuurtjes. En voor ons poezen? Niks, nul komma nul! Geen vrieskisten vol met muizen, nog geen klein stukje muizenoor te vinden. Ze maken je niet eens blij met een dood vogeltje. Horen er geen poezen bij die overlevingsgroep? Want die groep denkt namelijk dat zij de uitverkorenen zijn, dat zij zullen afreizen naar de hemel.   Mijn mensen geloven daar niet in. Niet in die data en niet in het uitverkoren-zijn. “We zien het wel Mies, we vertrouwen op Iemand die het allerbeste met ons voor heeft en maken ons niet van tevoren bezorgd, nergens goed voor”. En dat zijn woorden die ik begrijp. Nu weet ik best Cootje, dat die “Iemand” veel hoger en groter is dan mijn HIJ en ZIJ, maar ik probeer het je in mijn eigen woorden uit te leggen hoe dat bij mij overkomt.   Als ik 's nachts hoge nood heb, dan reken ik erop dat ik geen verborgen hoekje hoef te zoeken om daar mijn blaas te legen, maar vertrouw ik er volledig op dat mijn HIJ uit zijn bed stapt, naar beneden gaat en het kattenluikje voor mij opendoet. Jaa, er staat ook een kattenbak in de schuur, maar daar houd ik niet van. Ik vertrouw op HEN. ZIJ weten wat het beste voor me is en ik hoef me geen zorgen voor morgen te maken. ZIJ zijn er altijd en HUN hand is altijd bij mij in de buurt. “Juist Mies, dat heb je prachtig verwoord. Zoals jij ONZE hand voelt, zo voelen wij de hand van die Iemand op onze schouder. We mogen leven zonder angst, vertrouwen hebben in de toekomst”. En zo is dat. Ik ga maar weer eens naar buiten, kijken of er een avontuur te beleven is. De spinnen zijn weer in de tuin. Gevaarlijk, ja dat wel. Ik heb al eens een tijd rond moeten lopen met een knots van een spinnenweb in mijn snorharen. Moet je van niezen! Maar wat wil je? Een spinnetje hapt zo heerlijk weg. Ik kan jaloers op jou worden, jij woont in een muizenlekkerland. Een rijke poes ben ik met mensen om me heen waar ik op kan vertrouwen. ZIJ zorgen dat er altijd eten voor mij in huis is, geweldig. Heb ik het eventjes getroffen!   Mies