Vergunning Eemshavenuitbreiding door Raad van State vernietigd

EEMSHAVEN - De Raad van State heeft de natuurbeschermingswetvergunning voor uitbreiding en verdieping van de Eemshaven om procedurele redenen vernietigd. De havenuitbreiding had samen met de kolencentrale van Essent één natuurbeschermingswetvergunning moeten hebben, omdat beide activiteiten onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Met de uitspraak is er nu extra tijd om te werken aan een structurele oplossing voor de problemen van de Eems. Natuurorganisaties roepen bedrijven en Groningen Seaports daarom nu op om hier samen serieus werk van te maken.

In de uitspraak over de natuurbeschermingswetvergunning van Essent had de Raad van State al geconcludeerd dat Essent en de havenuitbreiding samen één vergunning hadden moeten hebben. Reden hiervoor is dat de koelwaterinlaat van Essent in het verlengde deel van de haven ligt. Essent kan haar kolencentrale niet laten draaien zonder dat de haven uitgebreid wordt. Daarmee worden beide activiteiten als één activiteit beschouwd en moeten ze dus ook één vergunning hebben. Natuurorganisaties hadden de vergunning voor de havenuitbreiding aangevochten. Reden hiervoor was de baggerstort in de Eems dat onderdeel zou zijn van de werkzaamheden. Dit zorgt voor extra vertroebeling in een rivier die al veel te troebel is. Dat brengt de natuur in de Eems nog een extra in de problemen. Natuurorganisaties vinden dat er eerst gewerkt moet worden aan het oplossen van die vertroebeling voor er sprake kan zijn van vaargeul- en havenverdieping. Ze hopen dat ze op korte termijn samen met bedrijven en Groningen Seaports een plan kunnen ontwikkelen waar zowel bedrijven als de natuur mee uit de voeten kunnen. Met een gezond natuurlijk systeem is er meer ruimte voor de beoogde economische groei.