Eén brein is niet in staat belangen strikt te scheiden

Delfzijl - Goedenmorgen Mies,

Allereerst: onze Dik. Hij is gelukkig al weer behoorlijk opgeknapt. Zijn pootje is niet meer kaal. Het is bedekt met een wit vachtje van babydons. Dik hinkt nog wel een beetje, vooral als hij ziet dat ZIJ hem zien. Maar hij kan weer jagen als de beste. Als vanouds brengt hij dagelijks een beestje binnen. Een muisje of een vogeltje. Voor HEN, niet voor mij. Ik kan een optater krijgen, als ik wil delen in het spelen of het eten. En ZIJ? ZIJ mopperen en brommen. ZIJ zijn nooit blij met wat wij van buiten meebrengen. Mensen zijn soms wel moeilijk te begrijpen. Zo vond ik jouw verhaal over de mensen die zaten te wachten op het Einde Van De Wereld ook lastig te vatten. Ik bedoel: ik vind het een rare strategie om op je gat te gaan zitten wachten tot de boel in de soep loopt. Dat lijkt overigens wel de basisstrategie te zijn van de prominente Europoezen en –katers. Voor de gigagrote financiële problemen hakten ze vorige week wel wat korte termijn knoopjes door. Maar echt de poten en staarten ineen slaan: vergeet het maar! Ieder bovenbeest denkt vooral aan zijn eigen belang. Knallend kortzichtig, als je het mij vraagt. Juist samen sta je sterk. Overigens, over belangen las ik kortgeleden vreemde en verontrustende berichten. Zo is de kater van het ministerie van economische zaken niet alleen de opperbaas van de kerncentrales. Hij is ook verantwoordelijk voor het toezicht op de veiligheid van die centrales. Kan dat, dacht ik? Of verstrengelen daar belangen? Op soortgelijke wijze schaamt de poes van volksgezondheid zich niet om op openlijke wijze met tabaksfabrikanten om te gaan. En anti-rookcampagnes te stoppen. Zowel de ministeriële kater als de ministeriële poes denken dat ze belangen heel goed kunnen scheiden. Ik schreef het al, ik snap niet zoveel van mensen, maar zelfs ik weet dat mensen en poezen maar over één brein beschikken. En dat dat ene brein niet in staat is om belangen strikt te scheiden. Och, mijn ZIJ werd over deze berichten, deze domme arrogantie, toch zo kwaad. ZIJ blies zich op als de allerbooste poes, de haren wijd naar alle kanten. Van al deze toestanden krijg ik bijna buikpijn. En dat moet niet, juist nu niet. Want ik zie dat ZIJ aan tafel gaan. De post schaft stamppot. Stamppot boerenkool, voor het eerst van het seizoen. Natuurlijk zijn Dik en ik dan van de partij. Hij voor de ‘mous' – hij weet niet beter (giechel, ik maak hem ook niet wijzer) - , ik voor de worst! Een liefhebbend likje van Cootje.