Mies en Cootje: Zorg moet toegankelijk zijn voor een ieder

Delfzijl - Dag lieve Mies,

Ik moet je weer even bijpraten over onze Dik. Ik vertelde je dat hij op een donkere avond met een vreemde kater vocht. Daarna begon hij te hinken. En wel zo erg dat HIJ met hem naar de dierendokter ging. De dokter wist niet precies wat er aan de hand was. Misschien was het pootje gebroken, misschien ook niet. ZIJ moesten het maar even aanzien, want als het pootje gebroken was, moest Dik in het gips en zes weken in een bench. Nu, dat leek HEN en mij helemaal geen goed idee. Het zou Dik rijp maken voor de psychiatrie. En dan niet zoals de kanjer kater Willem om patiënten te helpen, maar als poes met een probleem. Dus ZIJ zagen het aan. Maar Dik bleef hinken. Hij hinkte steeds meer. Heel sneu. Maar ik moet bekennen dat ik het ook lekker rustig vond. Hinkiepinkie was zo zielig en sloom, dat hij vergat om mij te plagen. ZIJ vonden dat het zo niet langer kon. Dus moest Dik weer in de plastic doos. Weer naar de dierendokter. Maar toen HIJ thuis kwam, schrok ik me suf. HIJ was alleen. HIJ had Dik bij de dokter achtergelaten. Die lieve, stomme broer van mij moest een nacht in de dierenkliniek blijven. Hij moest namelijk de volgende dag onder narcose worden onderzocht. Dat werd een spannende dag. Dik kwam pas laat thuis. Met een geopereerde poot. De dokter had een abces in de poot ontdekt, de vreemde kater had kennelijk flink toegebeten. Diks zieke poot was stijf getaped met pleister, in spiralen van mensenhuidskleur en groen. Dat stond eigenlijk wel chique. Maar Dik vond het niks. Hij bleef likken en pulken. En weldra liep hij met groene franje tussen zijn ondertanden. Maar weet je wat ik het allerraarste vond, Mies? Dat onze macho Dik zich als een kleuter gedroeg. Hij mekkerde en mauwde. Hij wilde voortdurend aandacht en een aai. En de hele dag op schoot. Dik bleef peuteren. Na drie dagen had hij succes. Het verband bleef in de tuin en de poot was bloot. Heel erg bloot. De dokter had het pootje kaal geschoren. Geen gezicht. Vond ik. Maar ja, ik ben meer op uiterlijk dan Dik. Ik zit me dagelijks te wassen. Dacht je dat Dik daar aan doet? Vergeet het maar. Altijd zijn haren in de war. Altijd rijk aan geur. Inmiddels hinkt Dik amper. Hij is bijna weer zijn oude zelf. Dus moet ik het zo nu en dan weer ontgelden, als zijn herenhormonen hem de baas worden. Hinderlijk. Maar tegelijkertijd ook fijn. Want Dik is weer zichzelf. Dankzij de zorg. Zorg die hij kreeg omdat ZIJ het konden betalen. Dat is niet goed. Zorg zou toegankelijk moeten zijn voor iedere kat. En voor iedere mens, waar hij of zij ook woont, wat zij of hij ook mankeert. Maar als ik de kranten goed begrijp verdwijnt die zorg voor elk mens steeds meer. En wordt de zorg afhankelijk van woonplaats en portemonnee. Zodat een deftige dame uit Den Haag meer zorg krijgt dan een arme drommel uit Delfzijl. Dat kan toch niet, Mies?   Een zorgelijke snor van Co.