‘Jongetjes spelen anders’

APPINGEDAM - De onderwijzers Ans Ruiter, Gea Kauw, Els Stoepker en Tjakko Speelman hebben na vele jaren afscheid genomen van basisschool De Vuurvlinder in Appingedam. Met Tjakko Speelman verdwijnt ook de laatste mannelijke docent.

Speelman kan tegenwoordig dan ook de laatste der Mohikanen worden genoemd. Het aantal mannelijke docenten in het basisonderwijs is de afgelopen jaren steeds verder afgenomen. Volgens Speelman is deze trend vooral voor jongetjes een zorgelijke ontwikkeling. “Jongetjes willen dingen uitproberen en spelen anders. Mannen begrijpen dat omdat ze vroeger zelf ook jongetje zijn geweest. Het is niet zo dat vrouwen of mannen beter zijn. De kwaliteiten zijn anders. Vooral voor jongetjes is het goed dat ze een stukje vrijheid hebben om de wereld te ontdekken. Dat missen ze soms. Vrouwen zijn sneller bezorgd en grijpen sneller in. Vroeger had je zowel mannen als vrouwen in het onderwijs, waardoor je een evenwichtige balans van de verschillende kwaliteiten had. Vanaf halverwege de jaren tachtig zie je dat er steeds meer vrouwen in het onderwijs zijn gekomen. Het zou goed zijn als de balans weer meer evenwichtig wordt ”

Talent moet volgens Speelman de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. “Dat geldt voor de leerling, maar ook voor de leerkracht. Daarin is het onderwijs door de jaren heen veranderd. Vroeger had je als leraar veel vrijheid. Tegenwoordig is alles vastgelegd in regels en procedures. Ik moet voor elke les een hele administratie bijhouden. Vooral bij jonge docenten die net van de pabo afkomen kader je de creativiteit te veel in. Dat is niet goed. Het talent dat een leerkracht heeft wordt dan te veel beperkt. Het is belangrijk dat een leerkracht de ruimte heeft om zelf een manier van lesgeven te vinden die het beste bij hem of haar past. Daar wordt te veel ontnomen en dat is jammer. Het lijkt mij nuttiger om de tijd die men aan administratie kwijt is te besteden aan het voorbereiden van lessen.”

„De administratieve last en het aantal overleggen is in de loop der tijd veranderd. Toen ik 40 jaar geleden begon had je nauwelijks overleg met elkaar. Gelukkig zie je dat je nu veel meer van elkaar leert.”

Na 40 jaar voor de klas staan, breekt voor Speelman een andere tijd aan. “Het zal even wennen zijn. Je komt in een heel ander ritme terecht. Ik heb mijn hele loopbaan op dezelfde school gemaakt en het werk altijd met heel veel plezier gedaan. Als ik zo terug reken dan heb ik ongeveer 1200 kinderen les gegeven. Sommigen kom ik nog wel eens tegen. Die hebben nu zelf kinderen op onze school. Zelfs toen ik laatst in Amersfoort uit de trein stapte, hoorde ik ineens een jongedame ‘meester’ roepen. Het bleek dat zij vroeger bij mij in de klas heeft gezeten en nu in Amersfoort woont. Dat zijn leuke dingen. Ook de dankbaarheid van zowel leerlingen als ouders doet je veel. Het zijn van die kleine dingen die het doen. Ik ben bijvoorbeeld eens uitgenodigd door een Turks gezin voor het eten. De zoon bloeide onder mij helemaal op en ik werd gevraagd om te komen eten. De dankbaarheid en gastvrijheid was geweldig. Het overbrengen en samen onderzoeken van stof is voor mij altijd de drijfveer geweest. Dat zat er bij mij al vroeg in. Toen ik zelf op het voortgezet onderwijs zat, wist ik dan ook al wel dat ik leraar zou worden. Dat enthousiasme is er altijd gebleven en als je dat op de kinderen weet over te brengen, worden zij het ook. Het gaat er niet om dat je alles weet, maar dat je nieuwsgierig genoeg bent om het uit te zoeken. Bang voor de toekomst van de jeugd ben ik niet. Ze zijn gretig genoeg om te leren. Ik neem niet helemaal afscheid van het onderwijs. Ik blijf de school de eerste tijd ondersteunen bij het vak begrijpend lezen. Vervelen zal ik mij niet. Ik doe veel aan hardlopen en ook heb ik genoeg andere hobby’s om mijn tijd mee te vullen.”