Honing van het Hogeland

KLOOSTERBUREN - Imker Johan Dirks uit Kloosterburen heeft bijna een half miljoen bijen in zijn achtertuin. En hij raakt nooit uitgekeken op deze honingproducenten, waarvan we als mens nog lang niet alles begrijpen. “Elk seizoen word ik weer verrast.”

Johan Dirks werkte vele jaren in de gezondheidszorg – eerst als operatieassistent, later als praktijkbegeleider/docent, daarna als afdelingshoofd – maar als kind droomde hij ervan boer te worden. In zekere zin is die droom een heel klein beetje uitgekomen, want sinds 1983 is hij hobby-imker. Op dit moment bestaat zijn bijenstal uit acht grote kasten, met in elke kast een bijenvolk van ongeveer 50.000 bijen.

Soldaten

Gefascineerd als Dirks is door het leven van de bij, vertelt hij er dan ook met voelbare bevlogenheid over: “Het leven van bijen is een fenomeen dat eigenlijk niet precies te begrijpen is. Zo’n bijenvolk is een gemeenschap waarin elke bij zijn eigen taak heeft. De meeste bijen – dus buiten de koningin en de darren die haar eitjes bevruchten – zijn werksterbijen. Elk van deze bijen doorloopt als het ware een stage. Na hun geboorte beginnen ze als huisbij. Ze helpen dan bijvoorbeeld met het schoonmaken van de kast. Vandaaruit ontwikkelen ze zich tot vliegbij.”

“Die werkzaamheden kunnen variëren van het halen van water, nectar, stuifmeel en propolis tot het bewaken van het volk. Een soort soldaten dus. Er is ook een groep die alleen maar voor de koningin zorgt, of alleen voor de darren. En zoals nu met de hitte de laatste tijd zijn er veel bijen die staan te stertselen met hun vleugels, zodat er koeling op gang komt.”

Bij een bijenvolk gaat dit allemaal volautomatisch. Dirks probeert dit natuurlijke proces zo weinig mogelijk te verstoren. “Ik kijk zo weinig mogelijk in de kasten. Je hebt ook imkers die willen elke week even kijken hoe het ervoor staat, maar dat doe ik niet. Want die bijen hebben mij niet nodig. Ik heb die bijen nodig, niet andersom.”

Koolzaad

Word je als imker ook nog gestoken soms? “Ja, ik word nog weleens gestoken af en toe. Maar ik zeg altijd: dat is mijn eigen schuld, het ligt nooit aan de bij. Op het moment dat ik in een volk kijk, dan verstoor ik het volk. Dat kan een reactie opwekken waardoor ze zichzelf willen verdedigen.”

“Toen ik begon als imker werd ik vaker gestoken dan nu. Op den duur leer je er steeds beter mee omgaan. Dan ga je rustiger werken en neem je meer de tijd voor de dingen. Uiteindelijk werkt die rustigere manier van werken in je voordeel. Meestal werk ik met blote handen, maar een enkele keer trek ik wel handschoenen aan. Bijvoorbeeld als ik met bijen werk die op koolzaad vliegen. Die zijn vaak wat prikkelbaarder.”

Koolzaadhoning is een van de drie types honing die Dirks in een seizoen oogst. In een notendop ziet een seizoen er voor Dirks als volgt uit: “Wanneer in het voorjaar de kastanjes en esdoorns allemaal in bloei zijn en de paardenbloemen groeien, dan zijn bijen ook heel actief. Dan maken ze voorjaarshoning. Tevens ga ik met een aantal kasten naar een koolzaadveld bij een boer in Usquert. Na een week of zes neem ik ze weer mee terug. Begin juni slinger ik dan de koolzaadhoning en voorjaarshoning.”

“Daarna volgt de zomerhoning, die slinger ik half augustus. Die is afkomstig van alle bloemen en gewassen hier in de omgeving en van het bijenbos dat ik op een perceel achter mijn huis heb geplant. Onder meer met acacia’s, populieren en lindes. En elke honing heeft inderdaad zijn eigen karakter, maar dat is lastig precies te omschrijven. Koolzaadhoning is elk geval wat zoeter dan gemiddeld.”

Middenweg

De honing in de raten − die via een omzetting in de honingmaag van de bij geproduceerd wordt uit nectar – is bedoeld als wintervoorraad voor het bijenvolk. “Alleen wij als imker zijn zo gemeen om daar een deel van weg te nemen. Bij mij overwinteren de bijen deels op suikerwater en deels op honing. Meestal fiftyfifty. Je hebt ook imkers die alle honing eruit halen, maar er zitten toch ook wel stoffen in de honing die ze nodig hebben die niet in suikerwater zitten.”

“Aan de andere kant van het spectrum heb je de biologisch dynamische imker. Die laat ze in principe volledig overwinteren op honing, maar dan is het wel erg lastig om er als imker zelf ook nog honing aan over te houden. Ik bewandel als imker de middenweg tussen die twee uitersten.”

Zelfs na 35 jaar imkerschap blijft Dirks het werken met bijen fascinerend vinden. “Het gaat nooit vervelen. Elk seizoen word ik weer verrast. Normaal heb je eind april of in mei nieuwe koninginnen, maar dat was nu pas half juni. Geen idee wat de oorzaak is. Zo is geen jaar hetzelfde. En je kunt verrast worden door bijenziektes of last hebben van de varroamijt, die het bloed drinkt van bijen. Ik bestrijd dat dan met biologische middelen.”

Demonstratiekast

Dirks geeft ook af en toe met veel plezier lezingen, bijvoorbeeld in bibliotheken en op scholen. “De titel is ‘Bijen houden rondom Kloosterburen’. Afhankelijk van de periode neem ik eventueel ook mijn demonstratiekast mee, met daarin een koningin en wat andere bijen. Dat heb ik ook een keer gedaan op de school van mijn kleinkinderen in Haarlem. Dan ging ik daar met kast en al naartoe. Dat is voor die kleintjes natuurlijk geweldig. Honing proeven en dan ging ik het op een kinderlijk eenvoudige manier uitleggen.”

“Onder andere belicht ik hoe belangrijk bijen voor ons zijn. Denk bijvoorbeeld aan fruitteelt: geen appel zonder bij. Daarnaast zijn er ook bloemen die niet door bijen bestoven kunnen worden, maar wel door hommels. Maar ook wespen hebben we nodig, want die ruimen weer schadelijke insecten op. Ik vind het belangrijk dat de interesse hierin al jong opgewekt wordt, zodat er hopelijk wat van blijft hangen.”

De honing van Dirks is verkrijgbaar bij het Wierdenland Museum in Ezinge en bij de imker aan huis. Website: imkerijkloosterburen.nl