Lokale energiecoöperaties Eemsdelta willen samen de slag maken

NOORD-GRONINGEN Zeven lokale energiecoöperaties in de gemeente Eemsdelta gaan onder één paraplu bezig om het lokale eigendom en daarmee de lokale zeggenschap over de energietransitie handen en voeten te geven. Ze zitten als Eemsdelta Energiek vol plannen.

Het klimaatakkoord van 2019 heeft ze net dat extra beetje steun in de rug gegeven. In dat akkoord staat een streven naar 50 procent lokaal eigendom van de opwekking van duurzame energie.

„Eigendom en zeggenschap zijn de kernwoorden waar het om draait,” zegt Tjitse Mollema van Lopec uit Loppersum. „We moeten nu echt onze plek nemen in de energietransitie. We denken dat daar plaats voor is, sterker: het is nu dé kans om door te pakken. Op een manier waarbij iedereen mee kan doen. Zo krijgen we zeggenschap over onze eigen omgeving De tijd dat cowboys hun gang konden gaan en een stuk grond konden kopen van een boer, met wat spiegeltjes en kraaltjes als tegenprestatie, is voorbij.”

„De lokale energiecoöperaties zijn belangrijker geworden,” constateert Mollema tevreden. „Wat ooit begon met dure zonnepanelen op het dak van mensen met groene gedachten, is nu voor iedereen bereikbaar geworden. En bij de grotere projecten kunnen we zelf, als gemeenschap, met een energiecoöperatie veel bereiken.”

Wij zijn gewoon de buren

„Lokale eigendom is geen doel op zich, maar een middel,” vult Jacomine Meyling van Middelstroom aan. „Alles komt ten goede van het eigen gebied en het is voor iedereen toegankelijk voor een klein bedrag. Het is zeker niet de bedoeling overal windmolens neer te zetten. Dat kan de omgeving niet aan. Net als lukraak zonneparken neerzetten. Het kan gewoon niet overal. We moeten het mét de bevolking doen. Wij hebben als belangrijk voordeel dat we gewoon de buren zijn, waarmee valt te praten en te overleggen. Wij waken voor al te veel impact op het landschap.”

„Lokaal eigendom betekent overigens niet dat alle leden mee moeten financieren. Het eigendom houden we wel lokaal. We zijn in wezen een burgerbedrijf. Het is aan de leden hoe we het gaan financieren. Dat kan bijvoorbeeld met een gedeeltelijke lening. Door onze nieuwe status kunnen we ook bij een bank aankloppen of subsidies binnenhalen.”

De energiecoöperaties in Eemsdelta, waaronder verder Zonnedorpen, Stadscoöperatie Eendracht Appingedam, Stec (Stedum), Energiecoöperatie Borgsweer i.o. en Greenpower Delfzijl, kunnen door het samengaan ook grotere projecten aan. Tot dusver is er al het nodige bereikt, van een dakje hier, een dakje daar, een windmolen, een zonneparkje tot elektrische deelauto’s, maar eendracht maakt macht.

Veel mensen in het harnas gejaagd

Door grote projecten op het gebied van windmolens en enorme zonneparken is het gras hen wel een beetje voor de voeten weggemaaid. „De weerstand is gegroeid,” weet Mollema. „Omdat in het verleden de hogere overheden zomaar gebieden aanwezen voor windmolens en zonneparken zijn veel mensen in het harnas gejaagd. Daar hebben wij nu last van. We hebben wel als belangrijke troef dat we het geld in het gebied kunnen laten landen. Het gaat niet naar Chinese investeerders of Spaanse pensioenfondsen. Het enige nadeel is dat de gemeente nu dus ook op de rem trapt wat de participatie van burgers betreft. De gemeente is bang voor weerstand. Als argument om initiatieven van ons tegen te houden, wordt al gauw het landschap in de strijd gegooid en komen er onmogelijke eisen op tafel. Raadsleden kunnen daar vaak ook niets aan doen, want de grote projecten die zijn uitgevoerd of nog in uitvoering zijn, zijn hen ook als het ware overkomen.”

Laat omwonenden meepraten

„Het zou helpen als we niet van burgerparticipatie, maar van overheidsparticipatie gaan spreken. Van onderaf is er draagvlak te organiseren. Zoek de beste plekken, laat omwonenden en belanghebbenden meepraten. Dat kunnen we als energiecoöperaties prima organiseren. Waarom zou je daar als gemeente voor gaan liggen? Dat moet je als gemeente omarmen. De contacten met de gemeente zouden anders kunnen. We hebben mekaar namelijk ontzettend nodig. We willen allemaal de energietransitie vormgeven op een manier die past bij onze woonomgeving. We hebben de gemeente overigens uitgenodigd voor een informatieavond op 30 september.”

„Het landschap verandert, dat is van alle tijden. Laten we de plekken zoeken waar zon of wind acceptabel kan worden ingepast. Dat kan ook met respect voor natuur en historie. We willen het landschap niet volplempen met zonnepanelen, maar elk zonnepark een toevoeging geven, met natuurmaatregelen. We kunnen bijvoorbeeld de biodiversiteit rondom zo’n park verruimen met bloeiende randen. De zonnepanelen worden ook steeds beter, we kunnen met minder panelen steeds meer stroom opwekken, de energieopwekking ontwikkelt zich enorm. Bovendien krijgen we het oude landschap na één, twee of drie generaties weer terug. De aanleg is niet alleen inpasbaar, maar ook omkeerbaar.”

Willem Schaap van Zonnedorpen haalt het voorbeeld van het zonnepark Freek Sonneveld in ‘t Zandt aan. „Omwonenden maakten zich zorgen over het uitzicht. We hebben het park uiteindelijk een meter boven het maaiveld kunnen realiseren. Nu is er acceptatie. Iedereen profiteert ervan en is tot de conclusie gekomen: ja het zijn toch onze buren geweest, die het op die manier voor elkaar hebben gekregen. Dat schept vertrouwen.”

Een schoolvoorbeeld, vindt Meyling. „Overleg is het belangrijkste. Je gaat echt niet iets bouwen, waarvan de inwoners en leden denken: wat doe je me nou! We zijn ook breder actief met de energietransitie; besparen gaat voor opwekken. We zijn in Loppersum bezig met het ontwikkelen van warmtenet. Verder geven we advies over isolatie, zetten energiecoaches in, bemiddelen bij warmtepompen, voeren we warmtescans uit om te kijken waar de energie in huizen ontsnapt, hebben deelvervoer opgezet en denken we bijvoorbeeld aan een cursus inductiekoken.”

De lokale coöperaties bespeuren wel terughoudendheid onder de mensen. „Bijna iedereen zit op zijn handen,” constateert Mollema. „Mensen hebben wel plannen, maar wachten af, oa vanwege de eventuele versterking van de woning. Ze zien de mogelijkheden, maar hebben een zetje nodig om te zeggen: nu gaan we het doen. Als het eenmaal los komt, willen wij klaarstaan. Als je maar met genoeg mensen bent dan kun je veel optuigen.”

Accuopslag het antwoord

In de toekomst is het opwekken van energie niet zozeer het belangrijkst, denkt Schaap. „Het zal steeds meer gaan om de opslag van energie. De accutechniek maakt een enorme groei door. Dat is nodig omdat we de pieken in opbrengst eraf willen halen, zodat we die kunnen benutten bij de dalen in opbrengst. Nu is dat nog interessant omdat je het overschot aan stroom nog verrekend kunt krijgen. Die saldering gaat er in kleine stapjes vanaf en is waarschijnlijk in 2031 nul. Dan komt het erop aan het aanbod aan energie aan te passen aan de vraag. Om zes uur ’s avonds is bijna iedereen topverbruiker, maar hoe vang je dat op? Accuopslag zal daar waarschijnlijk het antwoord op zijn. Bij mij thuis staat nu een proefopstelling met een accubak gevuld met zout water.”

Niet alleen de techniek wordt steeds ingewikkelder, maar ook de opzet van een energiecoöperatie op zichzelf. „We zijn allemaal vrijwilligers,” legt Mollema uit, „maar op den duur zullen we mensen in dienst moeten nemen. Dat gebeurt nu al op diverse plekken in het land. We maken een voorzichtige start met de overkoepelende organisatie Eemsdelta Energiek. Op korte termijn zijn de statuten klaar en heeft die organisatie een achterban van 500 leden in de gemeente Eemsdelta, allen betrokken burgers.”

Terugverdienen een rare kreet

De energietransitie kost geld. En dat gaat het al gauw over het woord terugverdienen. „Dat is toch een rare kreet, stelt Mollema. Dat je investeringen in duurzame opwek altijd maar moet terugverdienen. Als je een auto koopt, denk je toch ook niet aan terugverdienen. Die kost geld. Wat veel mensen niet doorhebben is dat het hebben van een auto minimaal 400 tot 500 euro per maand kost. En is die tweede auto op de oprit dan echt nodig? Moet je eens kijken wat je kunt overhouden als je regelmatig gebruik maakt van deelvervoer.”

„Ons energieverbruik kost ons jaarlijks gemiddeld een maandsalaris, gaat Schaap verder. En dat gaat fors omhoog de komende jaren. Als toch iedereen kijkt naar de kosten, is het wel leuk om te constateren dat mensen zien dat leden van de lokale energiecoöperaties zonder investering stroom krijgen tegen slechts 17 eurocent per kilowattuur. Als iedereen zich dat realiseert moeten ze zich toch vanzelf aansluiten, zou je zeggen.”

„Als we als organisatie doorgroeien wordt het alleen maar interessanter, weet Johan Duut van Stadscoöperatie Eendracht in Appingedam. „Het is begrijpelijk dat wat er al staat aan windmolens en zonneparken voor weerstand zorgt, maar wat we nu doen is vooral wat we samen doen. En als ik voor mezelf spreek, ik heb zonnepanelen op het dak, gebruik een warmtepomp en rij elektrisch. Dat is financieel ook leuk, kan ik je zeggen.”

Bram Noordhuis