Stadse juffer, ruwe zeebonk en rustige plattelander: hoe goed passen Appingedam, Delfzijl en Loppersum eigenlijk bij elkaar?

De gemeenten Appingedam, Delfzijl en Loppersum treden 1 januari 2021 in het huwelijk. Op het trouwboekje komt de naam Eemsdelta. Springen de vonken er straks af tussen de stadse juffer, de ruwe zeebonk en de rustige plattelander, of vechten ze elkaar de tent uit?

Aan het huwelijk, lees herindeling, van Appingedam, Delfzijl en Loppersum viel niet te ontkomen. Single blijven bleek geen optie. De kosten van het huishoudboekje zijn voor een alleenstaande in de moderne wereld lastig te dragen. Omdat andere mogelijke partners de liefde elders zochten of een verstandshuwelijk aangingen, bleef er voor de drie gemeenten niks anders over dan samen verder te gaan.

Een gedwongen huwelijk is niet bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Het kan best goed gaan. Een liefde kan ook groeien. Het is wat de drie ervan maken en hoe open ze naar elkaar staan. Dagblad van het Noorden pakte alvast de datingprofielen erbij.

Appingedam: de stadse juffer

Appingedam is een nette mevrouw, een juffer in de goede zin van het woord, en deze Appingedame is dol op cultuur en historie. De tekst van haar profiel luidt:

‘Ik ben dus Appingedam, mijn keukens hangen wat, maar ik heb een historisch hart, vol monumentale panden en ik ben best wel populair bij toeristen. Ik ben een kleine alleenstaande en heb geen dorpen. In de veertiende eeuw heb ik wel stadsrechten gekregen: dus ik heb een echte stad.

O ja, ik heb mooie smalle bruggetjes dwars over het Damsterdiep. Een paar middeleeuwse panden staan er wat scheef bij, maar met de fraaie Nicolaïkerk, de muziekkoepel en de keukens, ook al hangen ze, ben ik best charmant. Charles Dickens zou dol op me zijn.

Iets over mijn achtergrond: er is me verteld dat ik ben ontstaan na het graven van de Delf, zoals het Damsterdiep vroeger heette. Door de gunstige ligging, precies op het kruis (giechel) van waterwegen, werd ik een belangrijk handels- en marktcentrum. Ik durf mezelf best begeerlijk te noemen, want verscheidene heerschappen dongen naar mijn hand: George van Saksen, Karel V, Willem Lodewijk. Met allemaal ben ik korte of lange tijd gegaan.

Trouwens, even over die keukens, waarom die zo hangen. Dat zit zo. De huizen langs het Damsterdiep werden vroeger gebruikt als pakhuis. Ze raakten in de loop van de tijd overbodig en mensen ging er wonen. Omdat er geen ruimte was voor een keuken, werden die daarom maar hangend boven het Damsterdiep gebouwd. Hoewel ze hangen zijn ze hartstikke stevig. Mijn kinderen, de inwoners, noemen zichzelf Damsters. Volgens burgemeester Koos Wiersma, de man die mijn reilen en zeilen in de gaten houdt, zijn het trotse mensen. Betrokken bij alles wat er gebeurt.’

Delfzijl: de stoere zeebonk

Het profiel van Delfzijl opent met een foto van een stoere zeebonk met een zojuist gevangen snoek. Hij houdt van het water, is geen prater, maar wel trots op zijn voorkomen. Hij schrijft: ‘Ik lig aan de Eems. Een plek van mensen met zeezout in de ziel. Arbeiders, boeren en schippers, dat ben ik. Ede Staal, die heel bekende Groningse zanger, ja, die heeft hier gewoond en ligt hier begraven. Zijn torentje van Spiek staat hier ook.

Hoewel mijn naam volgens mijn paspoort ‘Delfzijl’ is, bestaat de Delfzijlster niet. Dat zegt burgemeester Gerard Beukema, die mij als gemeente bestuurt. De verschillen zijn groot tussen de van nature wat ongepolijste oer-Delfzijlsters, die van oudsher vooral zeevaarders en havenarbeiders zijn, en inwoners van bijvoorbeeld Spijk en Wagenborgen. Met enige trots kan ik zeggen dat ik meer dan zestig nationaliteiten heb.

Mijn centrum oogt op het eerste gezicht wat grijs en ruw. De snelle dater swipet er misschien snel aan voorbij, maar wie de tijd en moeite neemt om mij ‘wat beter te leren kennen’, zal aangenaam verrast worden.

Ik ben geen alleenstaande: naast mijn stedelijke kern zijn er vijftien dorpen, uit eerder gesloten huwelijken. Acht wonen boven mij en zeven onder mij. Ik ben niet de jongste meer, want ik ben gegroeid uit een voormalige vesting die er 200 jaar geleden stond.

Een belangrijk moment in mijn bestaan was volgens wethouder Meindert Joostens de komst van de sodafabriek in de vijftiger jaren. Het was het begin van een groeispurt van het industriegebied en mijn trots is inmiddels een omvangrijk chemiepark aan de Oosterhorn. Het bevat 15 procent van de totale Nederlandse chemie en er werken duizenden mensen.

Er is een goed contact tussen de dorpen en mij. Die in het noorden − Bierum, Biessum, Godlinze, Holwierde, Krewerd, Losdorp, Spijk en Uitwierde, sommige zijn wierdedorpen − hebben allemaal een eigen karakter. Ze koesteren hun eeuwenoude kerken en orgels. Er zijn veel agrarische bedrijven die hun producten, zoals pootaardappelen, soms wereldwijd verhandelen.

Mijn zuidelijke dorpen − Borgsweer, Farmsum, Meedhuizen, Termunten, Termunterzijl, Wagenborgen en Woldendorp − omklemmen het industriegebied. Ook zij hebben een eigen willetje. Enkele grenzen aan de voormalige ‘graanschuur’ van Nederland, het Oldambt. In de jaren 50 was Termunterzijl met tientallen vissersschepen de derde garnalenhaven van het Noorden, na Zoutkamp en Harlingen. Tot slot: het is hier heel gezellig. Een visje eten in Termunterzijl is een begrip in heel Groningen.

Wat ik verder nog ben: verdwenen dorpen, een kilometerslange dijk, een chemiepark met grote schoorstenen en torenhoge windmolens en karakteristieke dorpen in een eeuwenoud landschap. C’est moi, Delfzijl.’

Loppersum: de rustige plattelander

‘Rustig’ is de karaktereigenschap die bij Loppersum hoort. Een typische plattelander. Op zichzelf, soms eigenwijs, anderzijds bescheiden. De tekst in het profiel begint met: ‘Ik ben Loppersum en ik sta wat wankel op mijn benen. Maar daar kan ik weinig aan doen. Wie aan mij denkt, denkt meteen aan de aardbevingen. Ik ben veel meer dan dat. Zeg je Loppersum, dan zeg je pootaardappelen, kleitulpen en Lopster aalbeern. Ich bin ein echte agrariër.

Ik heb meer sterke punten: uitgestrekt landschap, veel agrarisch gebied, prachtige luchten, kleine dorpen met monumentale kerken, karakteristieke bebouwing, actief verenigingsleven en traditionele culturele kenmerken. Burgemeester Hans Engels omschrijft mij als ‘bovengemiddeld mooi’. Zo is hij dol op mijn dorpskernen als Huizinge en Westeremden en vindt hij de borgen Ewsum en Rusthoven prachtig.

Ook ik ben niet alleenstaand. De zeventien verschillende dorpen, uit eerdere verhoudingen, hebben allemaal een eigen sfeer. Middelstum is bijvoorbeeld heel anders dan Loppersum. De Lopster bestaat volgens mij niet. De bevolking is tamelijk gedifferentieerd, met overwegend typisch autochtone Groningers, maar ook inwoners van buiten. De zogenaamde import, zegt burgemeester Engels.

Mijn rustige karakter zie je niet alleen terug in de dorpen. Nee, dat wordt zelfs duidelijk in de manier waarop ik word bestuurd. In de raadszaal maakt men elkaar niet uit voor rotte vis. Volgens mijn burgemeester bestaat er een gemoedelijke en laagdrempelige sfeer binnen het politieke circuit.

Waar ik trouwens ook heel trots op ben, zijn de schitterende fiets- en looproutes in mijn gebied. Toeristen komen van heinde en verre om hier uit te waaien. Ik ben dus rustig, maar dat betekent zeker niet dat je je met mij hoeft te vervelen.’

De liefde moet van drie kanten komen

Volgens burgemeester Gerard Beukema van Delfzijl bestaat er tussen Delfzijl en Appingedam van oudsher een gezonde concurrentie: ,,Een echte Damster ziet zich niet in Delfzijl en omgekeerd. Een verhouding als tussen Groningers en Friezen, maar deze verhouding tussen Damsters en Delfzielsters is wel aan slijtage onderhevig.’’

Op het oog lijkt het alsof ze elkaar niet kunnen luchten of zien. Wat moet een stadse juffer met een ruwe zeebonk of een rustige plattelander? Vergeet niet dat ze voor dezelfde uitdagingen staan, zeggen de drie burgemeesters. Alle drie hebben ze te dealen met de aardbevingen en de schade die de gaswinning in het gebied heeft veroorzaakt. Alle drie kampen ze met problemen als vergrijzing en ontgroening. Samen staan ze sterker en what doesn’t kill you makes you stronger.

Maar de belangrijkste overeenkomsten tussen de drie huwelijkspartners? Het zijn alle drie trotse Noord-Groningers die houden van ruimte, dol zijn op hun rijke historie en hun cultuur. Misschien vatte Wia Buze het wel het beste samen: ‘Doar woar de wind om dieken zoest. Doar woont mien volk, doar is mien hoes. Doar ken ik elk en ain bie noam. En ask nait huif, goa ik er nait weer vandoan.’

En daar verandert een herindeling helemaal niets aan.

 

Datingprofielen in cijfers

CV Appingedam

Aantal inwoners: 11.527
Oppervlakte: 24,58 vierkante kilometer
Appingedam heeft geen dorpen, maar wel een stad
De oudste inwoner van de gemeente Appingedam is 100 jaar
De gemiddelde leeftijd van de inwoners is 46,10 jaar

CV Loppersum

Aantal inwoners: 9477
Oppervlakte: 112 vierkante kilometer
Loppersum heeft 17 dorpen
De oudste inwoner van Loppersum is 103 jaar
De gemiddelde leeftijd van de inwoners is 45,23 jaar

CV Delfzijl

Aantal inwoners: 24.610
Oppervlakte: 227,5 vierkante kilometer. Dat is inclusief het deel van de Eems. Zonder de oppervlakte van al het zeewater (ook het zeehavenkanaal en de haven) is de oppervlakte 136,7 vierkante kilometer
De gemeente telt 15 dorpen plus het centrum: Delfzijl
De oudste inwoner is 105 jaar
De gemiddelde leeftijd van de inwoners is 46,03 jaar