Onderzoek windmolenparken Delfzijl van tafel geblazen

Er komt geen onderzoek naar de totstandkoming van windmolens in Delfzijl. Gemeentebelangen Eemsdelta wilde juist de ‘onderste steen bovenhalen’.

Volgens fractievoorzitter Edward Stulp zou het toekomstige raadsleden kunnen helpen om een goed inzicht te krijgen in hoe de procedures zijn gegaan. Daarover is veel onduidelijk bij zowel inwoners als bij raadsleden, denkt hij.

Bijvoorbeeld over hoe inwoners konden participeren, wie er hoeveel aan verdient en hoe er in het verleden is gecommuniceerd over de windmolenparken.

Raadsenquête als middel

Middels een zogenaamde raadsenquête wilde hij een zo transparant mogelijke kijk bieden op het hele proces. De enquête wordt als een zeer zwaar middelen gezien. Een speciale commissie mag namelijk betrokkenen, bijvoorbeeld ambtenaren en initiatiefnemers, onder ede verhoren.

Met de enquête wil Stulp leren van het verleden en die kennis overdragen aan de toekomstige raadsleden van de gemeente Eemsdelta. Dat kan een goede basis zijn voor hun besluitvorming, zegt Stulp.

Een meerderheid van de raad zag de taak als onuitvoerbaar. Die zou namelijk in drie maanden uitgevoerd moeten worden, gezien de gemeente per januari niet meer bestaat. Ook een vooronderzoek werd van tafel geveegd.

„Kansloze missie”

„Een gemiste kans”, vond Stulp. Nick Boersma, Lokaal Belang Eemsdelta, verweet hem die uitspraak: „We hebben het niet over een gemiste kans, maar een kansloze missie.” Het ambtenarenapparaat staat al onder druk door de herindeling zegt hij. Er is simpelweg te weinig tijd over: een onderzoek neemt snel een half jaar in beslag. Tegen de tijd dat er een onderzoekscommissie is ingesteld, bestaat Delfzijl nog maar een maand, kaart Boersma aan.

Ook de VVD en CU gingen daarin mee, raadslid Eduard Mulder van eerstgenoemde partij vindt dat de onderste steen al is bovengehaald: „We hebben over de verschillende parken flink gediscussieerd. Alle overwegingen zijn voorbij gekomen.” Volgens CDA’er Piet van Hoogdalem zijn alle parken volgens de procedures behandeld en konden daar toen al uitvoerig vragen over gesteld worden. Het waren: „Geen Noord-Koreanse praktijken.”