Jongerenpartij Eemsdelta: 'Jongeren moeten niet naar de Stad vertrekken'

Jongeren moeten zich niet langer genoodzaakt voelen om weg te trekken naar de Stad, vindt Jongerenpartij Eemsdelta. Zij moeten hun ambities kunnen waarmaken, de nieuwe gemeente Eemsdelta moet zich daar veel harder voor maken dan de drie fusiegemeenten tot nog toe deden.

Dat bepleit fractievoorzitter Mark Pereboom. De kakelverse partij ziet de herindeling en de verkiezen op 18 november als kantelpunt om de ‘negatieve spiraal’ te doorbreken. Naast Pereboom zitten Michael Groeneveld (31) en Jürgen Romeling (39). Vergrijzing, wegtrekkende jongeren, geen huisvesting en te weinig voorzieningen voor hen, het trio somt het rijtje op.

Het moet anders, vinden ze. Jongeren moeten weer worden uitgedaagd om ambities te hebben en de kans krijgen om die ook te realiseren, zeggen ze, dat kan door gehoord te worden in de gemeentelijke politiek.

‘Kansen trekken jongeren uit negatieve spiraal’

Het is één van de weinige lokale jongerenpartijen in het land op. Van de krimp willen ze af, de Eemsdelta moet een groeiregio worden waarin het niet erg is als je een keer de fout in bent gegaan. Gewoon de draad weer oppakken, een baan of opleiding nemen. „Er is hier werk genoeg”, zegt Groeneveld.

Anders gaat het van kwaad tot erger vrezen ze. Jongeren hebben het vaak lastig in de gemeenten. Er is veel criminaliteit de gemeenten en er zijn veel gezinnen met tal van problemen. Wie eenmaal in het verkeerde milieu zit, komt eenvoudig in een negatieve spiraal, zegt Pereboom. Dat terwijl ze veel te bieden hebben: „De jeugd heeft vaak hele creatieve ideeën over hoe iets anders kan.”

„We moeten met de jongeren om tafel. We moeten de vraag stellen: ‘wat wil je?’” zegt Pereboom. „Dat is onze inzet.” Om die gesprekken te voeren in de huidige gemeente Loppersum, zoekt de partij daar nog leden. Romeling: „Wij willen ambitieuze jongeren hier houden en niet naar de Stad zien vertrekken.”

Estafette van positiviteit

Daarvoor moet het weer gaan bruisen, vinden Romeling en Groeneveld. „Het sociale verdwijnt, terwijl daar wel behoefte aan is”, zegt Romeling. Hij is eigenaar van een spelwinkel, vanuit daar ontstond al snel een groep jongeren die het wereldwijd populaire kaart- en verzamelspel Magic The Gathering samen ging spelen. „Die hebben nu onderling ook weer allemaal groepen gemaakt.”

Het is een klein voorbeeld, maar wel exemplarisch. Hij hoopt dat jongeren elkaar gaan aanjagen om nieuwe activiteiten op te zetten. De gemeente kan daarin veel meer helpen, vindt het trio. „Laten we ook die dorpshuizen benutten”, zegt hij. Die zijn in verloop van tijd te vergrijsd geworden, stelt hij. „Opa’s en oma’s spelen er kaartspellen” en daar houdt het ook wel een beetje mee op, ziet hij. Aantrekkelijk voor jongeren vindt hij het niet.

Volgens Romeling is het besef er bij veel burgers dat er meer moet gebeuren voor jongeren. Het irriteert ouderen wanneer er weer drugs- of geluidsoverlast is op straat, zegt hij. „Die zien ook wel dat het zo niet goed gaat.”

Al met al mag het in de politiek ook wel wat feller: „Er mist energie, passie. We moeten niet blijven sudderen. Dan gaat het van kwaad tot erger”, denkt Romeling.

Hard werken, maar het zou kunnen lukken

Politicoloog Simon Otjes verbonden aan de RUG, denkt dat het hard werken wordt om zetels te krijgen. Landelijk kent hij tien lokale partijen die zich richten op jongeren. Geen daarvan noemt hij een doorslaand succes.

Jongeren interesseren zich doorgaans minder voor lokale politiek. „Zeker laag opgeleide jongeren zijn lastig te mobiliseren (voor de verkiezingen red.)”. Bovendien is het eenvoudiger voor hen om te verhuizen als de gemeente waarin zij wonen hen niet zint.

Belangrijk is volgens Otjes of de jongeren zich herkennen in hun vertegenwoordigers. „Ik zie dat op twee na alle kandidaten boven de dertig zijn.” Het is geen ‘voor jongeren, door jongeren’ concept, stipt hij aan. „Dit is een groep vertegenwoordigers die als volwassenen zegt: ‘wij nemen het voor jongeren op.’” Daar komt nog bij dat jongeren hun belang niet per se verbinden aan hun eigen generatie, zegt Otjes.

Een verloren zaak is het niet. „Als ze de juiste thema’s weten te raken die breder gedragen worden, dan kunnen ze het alsnog goed doen.”

‘Neem niet te veel hooi op je vork’

De oprichting van de partij is ‘goed om te horen’, zegt Marten Duit. Hij is voorzitter van Student en Stad. Zijn eigen partij heeft na 25 jaar knokken welgeteld één zetel. „Laten we wel zijn, er zijn steeds meer partijen die zich op bijvoorbeeld ouderen richten. Jongeren zijn ondervertegenwoordigd.”

Hij voorziet dat het, afhankelijk van de campagnestrategie, zomaar een grote partij kan worden, waar ook ouderen op stemmen. „Wij hebben ook stemmers die geen student meer zijn, maar wel het belang van het studentenleven in de Stad onderschrijven.”

Een tip voor de jonge Jongerenpartij? „Afhankelijk van de uitslag zou ik zeggen, neem niet te veel hooi op je vork. Durf ook vooral dingen los te laten, maak keuzes en speerpunten.”