Jeannette Blijdorp al 30 jaar de wereld over voor binnenhalen mooiste tallships

DELFZIJL - Met de even simpele als veelzeggende verklaring ‘Ze is de beste in haar vak’ haalde DelfSail-voorman Jan Koolhof ruim een jaar geleden Jeannette Blijdorp opnieuw binnen als directeur van DelfSail 2021. Ze is intussen al druk in de weer met de zevende editie van DelfSail. Blijdorp heeft voor de vijfde keer de leiding in handen.

In deze periode bereikt ze eigenlijk een mijlpaal. Ze is precies dertig jaar geleden benaderd voor de eerste DelfSail in 1991, nadat er in 1986 al een kleine try-out versie van DelfSail was geweest. „Ik werd aan het eind van de zomer van 1989 door de gemeente Delfzijl benaderd of ik de organisatie voor mijn rekening wilde nemen, samen met iemand van de Gemeente Delfzijl. Maar die had ook zijn eigen dagelijkse werk waardoor er steeds meer bij mij terecht kwam.”

„Dat was wel even wat, ik had nog nooit zoiets gedaan. Ik had van huis uit in de familie al wel een netwerk in maritieme kringen. En in de proefversie van DelfSail in 1986 had ik als liaison officer wel wat contacten opgebouwd, maar het was in het begin echt mijn weg zoeken. Ik ben er met veel bevlogenheid en ambitie aan begonnen. Je had destijds nog geen email en internet. Ik moest alle informatie uit boeken halen en veel tijd investeren in het aanleggen van een netwerk. Om de boel op poten te zetten ben ik gaan kijken bij andere, vergelijkbare evenementen en bij Sail Amsterdam geweest.”

Amerigo Vespucci

„Ik moest wel wat drempels overwinnen. Velen lachten me uit en niemand verwachtte dat het zou lukken om een grote Sailmanifestatie te realiseren in 1991.” De twijfels sloegen al snel om in bewondering toen een paar dagen voor DelfSail 1991 één van de mooiste windjammers ter wereld, de Italiaanse Amerigo Vespucci, op zondag in de haven van Delfzijl arriveerde. De dijken richting de pier van Oterdum stonden die dag vol met tienduizenden mensen om dat mee te maken. Het was de eerste en enige keer dat DelfSail één van de plaatsen van de tallshiprace - toen nog de Cutty Sark Tall Ships Race - was.

„Die eerste keer is mede een succes geworden doordat we contacten zijn gaan leggen met de vier andere steden die de race aandeed. Het leidde er uiteindelijk toe dat we een gezamenlijk communicatie voerden. Daarnaast moet je ook een beetje geluk hebben natuurlijk.”

DelfSail tweede na Amsterdam

Er zijn intussen meerdere Sails in Nederland, maar DelfSail was het tweede grote tallship evenement na Sail Amsterdam. Later zijn Vlissingen, Harlingen en Den Helder er bij gekomen. In die laatste plaats heeft Blijdorp de Sails van 2013 en 2017 als directeur geleid. „Na twintig jaar DelfSail werd ik in 2010 door Den Helder benaderd. Tijdens het traject naar 2013 werd ik ook door Sail Amsterdam, voor de editie van 2015 benaderd. Als je het al zo lang doet en zo’n groot netwerk hebt, kom je erachter dat je één van de weinigen bent die daarover beschikt. Sail Amsterdam had een nieuwe directeur die al veel grote evenementen op haar naam had staan, maar geen ervaring met tallships. Ze werkten daar met vijf directeuren en ik werd directeur tallships. Met als taak bijzondere schepen te halen en te zorgen voor een bijzondere presentatie.”

Unieke karakter

Tijdens het nadenken daarover ontdekte Blijdorp opnieuw het eigenlijk unieke karakter van DelfSail. „Zo’n Sail In vanaf de Eemshaven hebben ze nergens anders. Veel schepen komen onder volle zeil naar Delfzijl varen. Dat is een unieke parade. We moeten als Delfzijl kijken naar onze eigen sterke punten en niet iets van een ander trachten te kopiëren. Zo is de compactheid van DelfSail, waar je alle schepen op loopafstand kunt bekijken, ook een enorm sterk punt. En als je het enthousiasme van de mensen in de regio ook ziet. Hoe iedereen ernaar uit kijkt.”

De Sail In vanaf de Eemshaven bracht Blijdorp ook op een idee voor Den Helder. „Op volle zeilen binnenkomen is daar niet mogelijk, maar ik heb bedacht om alle grote schepen de dag ervoor bij Texel voor anker te laten gaan. Genodigden, onder wie koning Willem-Alexander, zijn er op de Stad Amsterdam langs gevaren. Daarna vertrokken de schepen op volgorde naar Den Helder. Dat zag er zo prachtig uit dat we het in 2017 opnieuw zo hebben gedaan. Ook in Amsterdam is zeilend binnen komen onmogelijk. Maar de intocht daar is groots, met de vele meevarende schepen en scheepjes. In 1990 zag dat er al indrukwekkend en chaotisch uit, maar in 2015 was het nog veel drukker. Het was stamp- en stampvol op het Noordzeekanaal, maar doordat we voorwaarden voor het meevaren hadden gesteld, verliep alles geordend. Het zag eruit als een hele leuke chaos.”

Veel bootjes meevaren

„En dat is wat ik ook graag zie tijdens de Sail In van DelfSail 2021. Ik hoop dat er heel veel bootjes meevaren. Hoe meer, hoe leuker. Bij deze roep ik iedereen alvast op om je dan te laten zien met je boot.”

Blijdorp heeft aan bevlogenheid in al die jaren niets ingeboet. „En ik ben nog net zo ambitieus voor DelfSail 2021 als in 1989. Het was een hele eer dat we in eerste instantie waren aangewezen als finishplaats voor de tallshiprace in 2022. Maar dan hadden we het eind augustus moeten houden. En dat is qua relatiebeheer niet handig. We leven als organisatie natuurlijk niet van de wind. Er is al met al zo’n twee miljoen euro mee gemoeid. Ik heb als directeur in wezen twee (hoofd)taken: het geld zeker stellen en voldoende mooie schepen zien te strikken. De verplaatsing naar de tweede week van juni in 2021 is wat dat betreft een bewuste keuze geweest. Dat is een veel betere periode. We zijn nu weer een endorsed evenement, voorafgaand aan de start van de Race vanuit Klaipeda. Dat geeft ons ook wat meer vrijheid in het vinden van bijzondere schepen.”

Ambassades

Zo’n 18 maanden voor DelfSail 2021 kan Blijdorp nog geen concrete namen van schepen noemen. „Iedereen is nu nog bezig met de Sails van 2020. Maar ik kan wel zeggen dat er weer heel veel contacten zijn gelegd. Ik ben op jacht. Ik zet in op het wereldwijd halen van bijzondere schepen. Dat gaat van Azië, tot het Middellandse Zee gebied en Zuid-Amerika. Het lastige is dat je nooit van tevoren weet of het lukt. Ik zet in op alle mooie schepen en tot nog toe zijn er nog maar twee die gezegd hebben dat het vanwege andere verplichtingen niet lukt. Ik gebruik alle mogelijke contacten. Ik heb intussen heel wat admiraals leren kennen. In eerste instantie wil ik het enige Nederlandse opleidingsschip, de Zr.Ms. Urania, weer naar Delfzijl halen. Er komt ook veel politiek bij kijken. Verder laat ik veel lopen via marines en kapiteins over de hele wereld en ook de Nederlandse ambassades spelen vaak een belangrijke rol.”

Shabab Oman II

„Ik kan één schip noemen waarvan ik vooral hoop dat die komt. Dat is de Shabab Oman II. Dat is echt een plaatje, een zusterschip van de Clipper Stad Amsterdam, maar dan veel groter. Verder ben bezig met mooie replica’s. Het is jammer dat de Bounty intussen vergaan is, maar er zijn wereldwijd veel mooie civiele schepen te vinden. Het voordeel van de onderhandelingen daarover is dat je met particuliere eigenaren te maken hebt, die zelf kunnen beslissen.”

Om de schepen binnen te kunnen halen, is persoonlijk contact heel belangrijk, weet Blijdorp. „Dat moet je niet onderschatten. Dat wordt ook zeer op prijs gesteld. Vanaf volgend jaar moet ik daarom wel weer reizen. Maar ik ga pas op reis als er al een zeer intensief contact is, bij voorbeeld via de ambassade. Er moet echt een redelijke kans op succes bestaan. De verwachtingen voor DelfSail 2021 zijn hoog. En die moet ik natuurlijk wel waar zien te maken.”

Bram Noordhuis