Niet iedereen kan terug naar huis na flatbrand in Delfzijl

Bij de uitslaande brand die woensdagmorgen uitbrak in de Dijkzichtflat aan de Kustweg in Delfzijl zijn twee appartementen uitgebrand. Een daarvan was in gebruik als gemeenschapsruimte. Acht omliggende woningen raakten beschadigd.

De bewoners konden zich tijdig in veiligheid brengen. In ieder geval zes huishoudens kunnen op korte termijn niet terug naar huis. Als zij niet in staat zijn zelf tijdelijk onderdak te vinden, wordt dit door woningcorporatie Acantus en de gemeente geregeld.

Ook in de onbeschadigde flatwoningen zijn niet alle bewoners teruggekeerd. Een aantal verkiest elders te logeren totdat er een werkende lift is. Deze is door brandschade buiten werking.

Nog voor het weekend noodlift

De brand ontstond in een portiekwoning waarvan de voordeur uitkomt op het trappenhuis. Hierin bevindt zich ook de liftschacht. Volgens burgemeester Gerard Beukema wordt nog voor het weekend een noodlift geplaatst. De bouw van zo’n lift neemt twee dagen in beslag.

 ,,We hebben met alle bewoners contact gezocht. Voor mensen die het niet aandurven in de flat te blijven zoeken we oplossingen. Dat kan een medische reden hebben zijn maar ook de beleving, het gevoel niet te veilig te zijn. Bij een calamiteit duurt het even langer voordat de hulpdiensten boven in de flat zijn. Als een huisarts zegt dat in een specifiek geval het risico te hoog is, moet zeker ander onderdak worden gevonden.”

Grote schijnwerper op het raam gericht

De bewoners van het twaalf verdiepingen tellende flatgebouw werden gewekt door de hulpdiensten. Tina Rijnsbergen (78) woont op de tweede verdieping. ,,Ik werd rond vier uur wakker door stemmen en doordat een een grote schijnwerper op de ramen was gericht. Dat was de politie die een deel van de bewoners sommeerde de flat te verlaten.''

,,Niet iedereen heeft dat meegekregen. Mijn onderbuurman sliep er dwars doorheen. De hulpdiensten hielpen mensen die slecht ter been waren de vele trappen af. We hebben eerst een poosje buiten gestaan en werden toen ondergebracht in de cafetaria aan het Skagerrak.''

,,Niets dan lof over die opvang. We kregen koffie en broodjes, medicijnen werden van de apotheek gehaald, babyvoeding uit de winkel en zelfs hondenvoer. De burgemeester kwam langs om zijn steun te betuigen. Rond tien uur mochten de eerste mensen weer naar huis.”

Tina had zelf haar medicijnen in de haast wel meegenomen. Plus haar steunkous. ,,Aan de overkant stond een stoel buiten onder een overkapping. Daar heb ik hem aangetrokken voordat mijn been zo opgezwollen raakte dat het niet meer kon.”