Mijn Thuis Mijn Verhaal laat Damster jeugd creatief omgaan met aardbevingen

APPINGEDAM - Leerlingen van basis- en voortgezet onderwijs uit Appingedam hebben tijdens een feestelijke aftrap hun handtekening gezet onder een pamflet. Drie cultuurmakers gaan in het nieuwe schooljaar op scholen aan de slag met een creatief programma, waarmee kinderen worden gestimuleerd hun verhalen en emoties over aardbevingen te uiten.

Creatieve aanpak

De gemeente Appingedam heeft Sparklab, Studio Tape en Theater De Steeg uit de provincie Groningen gevraagd een aanpak te ontwikkelen om kinderen en jongeren te helpen een uitlaatklep te vinden voor hun zorgen. Deze methodiek maakt gebruik van theater, dans, beeldend, media en verhalen. Daarbinnen is er ook veel aandacht voor het vergroten van de weerbaarheid. Wethouder Annalies Usmany-Dallinga verwacht veel van Mijn Thuis Mijn Verhaal. „De bedoeling is dat dit programma kan starten in het nieuwe schooljaar 2019-2020. Ik verwacht dat er een belangrijke preventieve werking vanuit gaat. Dat het kinderen en jongeren helpt hun zorgen over aardbevingen en de gevolgen daarvan op hun leven te uiten. Er doen verschillende partijen mee. Daarom staat er bij de start van het project genoeg opvang en zorg klaar, mocht dat nodig zijn.”

Samenwerkende partijen

De cultuuraanbieders gaan binnen de twee IKC’s en de onderbouw van het voortgezet onderwijs samen met de kinderen en jongeren op zoek naar wat goed bij hen past en hen raakt. Jeugdhulpverleners van het CJG en de GGD en het onderwijs zijn vanaf het begin nauw betrokken bij de ontwikkeling van de methode. Aan het begin van het schooljaar worden ook de ouders geïnformeerd en meegenomen in deze nieuwe aanpak, zodat ook zij goed aangehaakt zijn bij het verhaal van hun kinderen.

Het bestuur van het Nationaal Programma Groningen (NPG) heeft een bijdrage toegezegd voor deze aanpak. Mijn Thuis Mijn Verhaal is een creatief programma dat wordt ontwikkeld in opdracht van de gemeente Appingedam. Dit naar aanleiding van de aanbevelingen uit het rapport van de Kinderombudsman Margrite Kalverboer, die constateerde dat de kinderen en jongeren in het aardbevingsgebied zich meer zorgen maken over de situatie thuis en op school dan wordt ingeschat. Kinderen willen echter hun ouders niet extra belasten of weten niet goed hoe ze hun zorgen moeten uiten.