Onder de mensen in Woonzorgcentrum Viskenij in Baflo

BAFLO

Meneer en mevrouw Boogaart wonen in een prachtig appartement in Viskenij in Baflo. Ruim en fris, en zelfs een extra slaapkamer. Hun eigen meubels staan te pronken in de woonkamer.

Mevrouw Boogaart zorgt met liefde voor haar man die blind is. Sinds ze samen in Viskenij wonen, weet zij dat er altijd ondersteunende zorg is als dat nodig is. Op haar beurt geeft zij extra aandacht aan haar Viskenijse buren die dat nodig hebben.

Alleida, schoondochter van meneer en mevrouw Boogaart: „De mantelzorg die ma aan pa verleende, werd veel te zwaar. We hebben jarenlang van alles geprobeerd, maar hulp van buitenaf wilden ze niet. Uiteindelijk werden ze gescheiden: pa in verpleeghuis Twaalf Hoven en ma thuis. En dat als je bijna 60 jaar getrouwd bent. Onze prioriteit was dus dat ze weer samen zouden kunnen wonen. In overleg met de huisarts en locatiemanager Klary, die met ons naar een oplossing zochten, waren pa en ma welkom in Viskenij. Samen. En dat is zo fijn. Onze ouders hebben altijd hard gewerkt en nu verdienen ze een goed huis, met verzorging als ze dat nodig hebben en gezelligheid wanneer ze dat willen. Viskenij biedt dat. En biedt ons, de kinderen, rust. We maken ons minder zorgen of ma het wel redt met de zorg voor pa. Het komt wel goed.”

Unieke plek

Viskenij is een woonzorgcentrum midden in het dorp Baflo. Er wonen 26 ouderen in het gezamenlijke deel. Verbonden hiermee zijn er 17 riante aanleunwoningen. In het gezellige Noaberhoes, de huiskamer van het dorp, zit een gezelschap om de tafel te praten over wat hen bindt: Viskenij. Meneer Nienhuis (bewoner), mevrouw Boogaart (bewoner), Alleida Boogaart (schoondochter), Anita van Dijk (verzorgende), Klary Schepel (locatiemanager) en Bert Lock (huisarts). Ze praten over de vraag: wat maakt Viskenij nou zo’n mooie plek om te wonen? Klary Schepel vat ’t samen: „Wat Viskenij tot Viskenij maakt, dat zijn de bewoners zelf. Het is hún huis en zij maken deze plek uniek. De bewoners betekenen veel voor elkaar en dat is net zo belangrijk als een pil van de dokter of zorg. Een glaasje vers geperstejus of een gekookt eitje brengen naar je buurvrouw omdat het even niet gaat, een praatje, een hand op je schouder. Begrijpen dat het soms moeilijk is. Ik zie dat die kracht in de mensen zelf zit en in de zorg voor elkaar. Dat is prachtig. Iedere bewoner woont op zichzelf, maar voor wie dat wil komt de zorg voor elkaar er extra en gratis bij. Als medewerkers en vrijwilligers zijn we er trots op dat we daar een bijdrage aan mogen leveren.”

Geen konijn

Meneer Nienhuis woont in Viskenij. Bij hem aan de muur hangen foto’s en andere herinneringen die zijn leven weerspiegelen. Hij vertelt: “Na het overlijden van mijn vrouw woonde ik alleen. Ik begon ’s nachts te leven en overdag te slapen. En als ik dan rond twee uur mijn bed uit kwam, vond ik dat de gordijnen niet open hoefden, want ze moesten toch zo weer dicht. In de herfst werd dat nog somberder. Tot de buren op een gegeven moment dachten: ‘Nienhuis is ziek’. Ik bleek inderdaad goed ziek te zijn en werd opgenomen in het ziekenhuis. Daarna ging ik aansterken in een verpleeghuis. Mijn kinderen vonden dat ik niet meer op mezelf kon wonen. Na wat omzwervingen kwam Viskenij in beeld. En dat terwijl ik altijd heb gedacht: dat nooit! Nu ik eenmaal de drempel over ben, is het prima. Ik heb hier veel aanspraak, mijn ritme is weer gewoon en de mensen zijn zorgzaam. Mijn kinderen zeggen ‘we hebben onze pa weer terug’. Heel fijn is dat ik hier kan doen wat ik wil. Dat moet ook. Ik ben geen konijn dat je in een hokje stopt.”

Huisarts Bert Lock heeft iedere dinsdag spreekuur in Viskenij. Tussendoor kunnen mensen hem ook bellen. „Ik zeg altijd dat er twee dingen zijn die ouderen fit houden: beweging en onder de mensen komen. Bij ouderen die nog thuis wonen, zie ik geregeld de vereenzaming, vooral als de partner is overleden. Wonen in een huis als Viskenij draagt volgens mij juist bij aan het welzijn van ouderen. Er is gezelschap voor wie dat wil en er worden activiteiten georganiseerd. Ik maak heel vaak mee dat mensen enorm opknappen als ze in Viskenij komen wonen. Gewoon omdat ze onder de mensen zijn. Ik vind het heel belangrijk dat we als samenleving inzien dat welzijn, je goed voelen, een belangrijke bijdrage levert aan de gezondheid van ouderen. En dat thuis blijven wonen niet altijd de beste optie is. Voor sommige ouderen is het juist beter om naar een huis als Viskenij te verhuizen. Onder de mensen komen, meedoen aan activiteiten voor wie dat wil, daar blijf je fit van.”

Alleida Boogaart spreekt uit ervaring. „Voor pa en ma was er een hoge drempel om naar een verzorgingshuis of iets dergelijks te verhuizen. Ik begrijp dat wel, want het was weer wat inleveren en gevoelsmatig minder vrijheid. Maar nu hadden ze nog de mogelijkheid om samen opnieuw te beginnen. Thuis blijven ‘voortploeteren’ betekent vaak dat een normaal, rustig leven aan je voorbij gaat. Het is niet altijd de enige en beste optie. Wat eerder kiezen voor een zorgcentrum of aanleunwoning kan de levenskwaliteit ten goede komen. Mijn man zei laatst: dit jaar word ik 55, dan schrijf ik mij alvast in. Dat was natuurlijk een grapje maar het geeft wel aan hoe tevreden wij zijn over Viskenij.”

Prettig met elkaar omgaan

De bewoners voelen zich goed in Viskenij. Maar wat ook belangrijk is, is dat de medewerkers zich prettig voelen. Zij zijn eraan gewend dat de bewoners zelf bepalen hoe en wanneer zij verzorgd willen worden. Dat vergt wel een goede organisatie maar volgens Anita van Dijk, verzorgende, geeft het ook ruimte voor andere dingen: „We hebben laatst bijvoorbeeld een wandeling door Baflo georganiseerd. Koud was het! Maar geweldig leuk. Het komt erop neer dat we het met elkaar en voor elkaar moeten doen. Dat werkt. Het houdt ook in dat we als medewerkers niet alleen voor de bewoners zorgen maar ook voor elkaar zorg en aandacht hebben. Er is een mooie teamspirit. Een tijd geleden had ik wegens omstandigheden wat ruimte nodig in mijn werkrooster. Dat wordt onderling zonder gedoe opgelost. Dat we zo met elkaar en met de bewoners omgaan, vind ik heel fijn.”

Viskenij ligt letterlijk midden in Baflo. Het huis maakt deel uit van de dorpse gemeenschap. Klary Schepel: „Iedereen uit het dorp is welkom in Viskenij. Het Noaberhoes, de dorpshuiskamer, wordt gerund door vrijwilligers en wordt door mensen uit het dorp gebruikt. Boodschappen doen we in het dorp. Wij vinden het belangrijk dat Viskenij deel uitmaakt van het dorpsleven. Dat dorpsbewoners hier binnen stappen. Maar ook dat ouderen deel blijven uitmaken van de dorpsgemeenschap. Dat dat zo gaat, zien we aan het aantal vrijwilligers: maar liefst 55 mensen dragen een steentje bij. En dat gaat op een heel praktische manier. Als een bewoner van Viskenij graag Frans wil spreken, net als vroeger, dan zoeken we een vrijwilliger die dat kan. We regelen dat ter plekke. Het hoeft niet moeilijk te zijn.”