André krijgt veel fijner leven dankzij de nier van Roelof

DELFZIJL De 61-jarige André Ampak uit Appingedam heeft het niet meer koud. Met het aangename weer van de afgelopen tijd niet zo uitzonderlijk, zou je zeggen. Maar André heeft het nu weer echt warm. Dankzij een nieuwe nier. Die kreeg hij van een goede bekende, de 59-jarige Roelof Gort uit Steendam.

Mensen met een niet goed meer functionerende nier hebben het altijd koud, weet André. Maar dat is niet het belangrijkste minpunt, natuurlijk. “Je hebt totaal geen energie. En het eten smaakt je niet meer. Je bent eigenlijk de hele week bezig met drie keer vier uur spoelen. Nu ik die nier van Roelof heb gekregen, heb ik het gevoel of ik overnieuw begin, na twee jaar sukkelen. Ik ben al weer veel beweeglijker, hoeft ’s nachts de elektrische deken niet meer over en nu geniet ik weer van het eten.”

Het is voor André de tweede keer dat hij een nieuwe nier heeft gekregen. In 1996 werd bij hem het nierfalen geconstateerd, na een periode van sterk afnemende gezondheid. Hij heeft daarna 5 1/2 jaar drie keer per week moeten spoelen in het UMCG, totdat er een nieuwe nier beschikbaar kwam. Die heeft het relatief lang volgehouden, ruim vijftien jaar.

Daarna herhaalden veel verschijnselen zich. “Ik was voortdurende bekaf en moest weer gaan spoelen. Ik heb bijna twee jaar niet kunnen eten. Dat heb ik niemand verteld, ook mijn familie niet.”

In maart vorig jaar kwam hij in de Albert Heijn in Delfzijl in gesprek met supermarktmanager Roelof Gort, die vlot doorhad dat het niet goed zat met André. “Ik vroeg in eerste instantie alleen hoe het met hem ging. We hadden sinds ik negen jaar geleden in Delfzijl kwam werken een goede band met elkaar opgebouwd, omdat André altijd veel bezig was met het geld inzamelen voor goede doelen en dan kwam onze supermarkt ook regelmatig in beeld. Het hoge woord kwam eruit. Dat zijn nier nog maar voor 17% functioneerde en dus eigenlijk 83 procent het niet meer deed. Hij vertelde maar door en ik zag dat hij heel vermoeid was. Hij zat er helemaal door. Ik zei toen spontaan: dan krijg je van mij een nier. Ik dacht: het kan toch niet zo zijn dat iemand die zoveel voor anderen doet er heel slecht voorstaat en misschien wel dood gaat. Ik heb het ’s avonds met mijn vrouw Ingrid en de kinderen overlegd. Ze waren her er helemaal mee eens en ook wel trots op me, maar mijn besluit stond eigenlijk al vast. De volgende avond heb ik hem erover gebeld.”

André weet nog precies wat hij daarna deed. “Ik voelde me daarvoor zo machteloos en ik kon niks meer. Maar op dat moment heb ik mijn hele familie geappt dat ik een nieuwe nier zou krijgen. Dat was een heel emotioneel moment.”

André weet dat het niet zo makkelijk is om binnen enkele jaren aan een donornier te komen. Bij zijn volgende keren spoelen had hij het dan ook moeilijk om het zijn lotgenoten in het UMCG te vertellen. “Ik vond het heel gênant, ik was razend enthousiast over mijn nieuwe nier. Maar ik durfde het eerst niet te zeggen. We waren wel altijd aan het ouwehoeren en grapjes maken met elkaar, maar ik wist dat ik dit voorzichtig moest brengen. Sommigen wachten al vijf of zes jaar op een nieuwe nier.”

Nadat het besluit gevallen was, moest Roelof nog door de medische molen. “Daar komt nog heel wat bij kijken, behalve de bloedmatch. Het voordeel is wel dat je na afloop weet dat je goed gezond bent. Je moet ook in gesprek met maatschappelijk werk om te kijken of je er mentaal echt klaar voor bent. Tijdens die onderzoeken heb ik ook veel contact gehad met een aantal nierpatiënten. Door hen weet ik nu hoe André zich altijd gevoeld moet hebben. Ik heb zoveel respect voor die mensen gekregen. Ze zijn aan anderen overgeleverd en moeten steeds maar weer het geduld weten op te brengen. Het is een kwestie van wachten, wachten en wachten. André vertelde me ook nog eens het verhaal van een vrouw die van een bekende een nier aangeboden had gekregen. Ze waren al door de afrondende fase maar op het laatst trok de donor zich terug. En ze had zich al een half jaar verheugd op een ander leven.”

“Dat terugtrekken kan ook gewoon. Die mogelijkheid word je tot het laatste moment ook geboden. Je moet het als donor echt zeker weten. De zorg vanuit het ziekenhuis is enorm goed. Alles wordt perfect geregeld, tot de financiën aan toe. De ziektedagen worden door de overheid vergoed.”

De dubbele operatie zou eerst in maart zijn, maar door een fietsongeluk van André waarbij zijn schouder verbrijzeld raakte, werd de operatie uitgesteld naar dinsdag 5 juni. Hij moest daarna wel twee weken extra uitzieken in het ziekenhuis, mede door een complicatie tijdens de operatie.

Bij wijze van pilot mochten ‘gever’ en ‘nemer’ tegelijk worden opgenomen. Die opname luidden ze een week eerder heel bijzonder in. “We zijn in mijn auto aan het toeren gegaan en zijn uiteindelijk terecht gekomen bij het Ambonnezenbosje in de Carel Coenraadpolder bij Termunten.” “Daar ben ik in 1956 geboren,” vult André aan. “Dat is een heel emotioneel moment geworden. We hebben daar een selfie gemaakt en met die foto hebben we op Facebook aangekondigd dat de transplantatie aanstaande was.”

“Daar zijn ruim 400 reacties op gekomen,” klinkt het bijna verwonderd uit de mond van Roelof. “Als uit deze groep mensen nou één iemand geïnspireerd raakt om iets soortgelijks te doen, dat zou toch prachtig zijn. Als het mensen aanzet tot denken, is het me ook al veel waard.”

De vriendschap tussen de twee bijna-leeftijdgenoten is in de periode naar de transplantatie toe alleen maar gegroeid. “We hebben veel contact gehad en veel goede gesprekken gevoerd,” kijkt Roelof terug . “Soms bijna bij het filosofische af. We hebben echt een klik. Het was wat dat betreft ook wel mooi dat het operatieteam wilde meewerken aan een verzoek van ons. Nadat de nier ’s morgens was verwijderd, werd ik uit de operatiezaal gereden, terwijl André naar binnen kwam. Daar was even een door ons gevraagde ontmoeting.”

“Ik vergeet nooit weer wat Roelof toen zei: ‘ik hou van je’. Zo mooi! Hij nog suf van de narcose en ik in een roesje richting nieuwe nier. Maar het is me bijgebleven.” Om er met een grap aan toe te voegen: “Nu heet ik Ampak-Gort.”


Auteur

Bram Noordhuis