Gemeente moet afwijzing winkel op Woonplein Appingedam beter onderbouwen

APPINGEDAM

De gemeenteraad van Appingedam moet beter onderbouwen waarom het gerechtvaardigd is om reguliere detailhandel van het Woonplein te weren.

Zo werd een vestiging van Bristol op de eerste verdieping aan het begin van het Woomplein tegengehouden. De 'brancheringsregels' die de gemeenteraad daarvoor in het bestemmingsplan 'Stad Appingedam' had opgenomen, voldoen op dit moment niet aan de voorwaarden uit de Europese Dienstenrichtlijn. Dat volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (20 juni 2018). De gemeenteraad krijgt nu een half jaar de tijd om het bestemmingsplan aan te passen.

Het bestemmingsplan heeft betrekking op het Woonplein in Appingedam en staat daar alleen detailhandel in omvangrijke artikelen toe, zoals meubelen, keukens en bouwmaterialen. De gemeenteraad wil op die manier voorkomen dat zich reguliere detailhandel vestigt op het Woonplein, omdat dat negatieve gevolgen zou hebben voor het winkelgebied in het centrum. Maar volgens een eigenaar van winkelpanden aan het Woonplein zijn deze brancheringsregels in strijd met de Europese Dienstenrichtlijn.

In de uitspraak van vandaag oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat nog niet kan worden uitgemaakt of aan de voorwaarde van evenredigheid uit die richtlijn is voldaan. De gemeenteraad ging er namelijk van uit dat als op het Woonplein ook reguliere detailhandel zou worden toegelaten, dat zou zorgen voor een minder leefbaar centrumgebied met meer leegstaande winkels. Maar die stelling is naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak niet onderbouwd 'aan de hand van een analyse met specifieke gegevens'. Dat betekent dat de Afdeling bestuursrechtspraak op dit moment nog niet kan beoordelen of de gemeenteraad redelijkerwijs de conclusie kon trekken dat de brancheringsregels evenredig zijn, dat wil zeggen 'niet verder gaan dan nodig zijn om het beoogde doel te bereiken en of dat doel niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt'.

De gemeenteraad van Appingedam krijgt van de Afdeling bestuursrechtspraak nu een half jaar de tijd om de evenredigheid van de brancheringsregels in het bestemmingsplan alsnog te onderbouwen of het bestemmingsplan aan te passen. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak beoordelen of de gemeenteraad aan de opdracht heeft voldaan en een definitieve uitspraak doen over de vraag of de brancheringsregels in het bestemmingsplan zijn toegestaan.