Groot onderzoek bij baby’s in de Eemsmond

Delfzijl

Alle baby’s uit Appingedam van 2 tot 18 maanden zijn van harte welkom om mee te doen aan het IMP-SINDA project.

Het onderzoek vindt plaats in het Gezondheidscentrum Overdiep en duurt ongeveer een uur. In dat uur wordt er gekeken naar hoe de baby beweegt en worden er spelletjes met het kind gedaan om te zien hoe het staat met de ontwikkeling van het kind. Het onderzoek wordt op video opgenomen. Voor de duidelijkheid: er wordt alleen gespeeld, en niet geprikt! En alle gegevens worden anoniem verwerkt en op sterk beveiligde plaatsen in het UMCG bewaard. Eén van de leiders van het onderzoek is prof. dr. Mijna Hadders-Algra uit Appingedam. Baby’s ontwikkelen zich in een sneltreinvaart. Pasgeboren baby’s kunnen een beetje om zich heen kijken. Maar ze kunnen nog niet praten, dingen pakken, zitten of lopen. Die vaardigheden ontwikkelen de meeste kinderen in de eerste anderhalf jaar na de geboorte. Maar elk kind doet dat op zijn eigen manier. Sommige kinderen zijn heel snel met het pakken van speeltjes, maar wat langzamer in het leren zitten en lopen. Anderen zijn juist snel in het leren rollen en kruipen, en weer anderen kunnen snel brabbelen en woordjes zeggen. Al die variatie maakt het lastig om te beoordelen of een baby zich goed ontwikkelt. Om kinderen met ontwikkelingsstoornissen nog beter op te kunnen sporen zijn in het UMCG in Groningen twee nieuwe methodes ontwikkeld, die artsen en kinderfysiotherapeuten helpen om kinderen met problemen vroeg op te sporen. De ene nieuwe methode, de IMP (Infant Motor Profile), wordt gebruikt om de motorische ontwikkeling van het kind te beoordelen. De IMP meet niet alleen wat het kind kan (bijvoorbeeld ‘kan het kind los zitten?’), maar ook hoe het kind zich beweegt. Deze methode wordt inmiddels wereldwijd toegepast door kinderartsen en kinderfysiotherapeuten. De andere methode, de SINDA (Standardized Infant NeuroDevelopmental Assessment) beoordeelt de algemene ontwikkeling van het kind. Het gaat hierbij dus niet alleen om de bewegingen van het kind, maar ook om zaken als de taalontwikkeling en het gedrag. Deze methode is bedoeld voor kinderartsen. De SINDA is heel nieuw en wordt momenteel alleen in Nederland en Duitsland gebruikt. De IMP en SINDA worden dus volop gebruikt. Daarbij is het voor de gebruikers lastig, dat nog niet bekend is hoe baby’s in het algemeen scoren. Zij vragen zich af ‘Wat hoort nog bij het normale en wat niet meer?’Daarom worden in het IMP-SINDA project 1700 baby’s éénmaal onderzocht in de leeftijd van 2 tot en met 18 maanden. Zoveel baby’s zijn nodig om een goed beeld te krijgen van de ontwikkeling van jongens en meisjes op alle babyleeftijden. Dit leidt tot vergelijkingsscores, of anders gezegd, tot ‘groeicurves’ van de ontwikkeling. Op die manier kunnen de artsen en fysiotherapeuten zien of een kind boven of onder de ‘gewone’ lijnen scoort. Het IMP-SINDA project startte in januari 2017. Het staat onder leiding van Prof. Dr. Mijna Hadders-Algra en Dr. Kirsten Heineman van het Instituut voor Ontwikkelingsneurologie van het UMCG. Het UMCG werkt in het IMP-SINDA project samen met de Kinderacademie uit Groningen. Het project begon in de stad Groningen en breidt zich nu uit naar de Eemsmond regio. Door mee te doen helpt u in de eerste plaats kinderen en hun ouders, kinderartsen en kinderfysiotherapeuten over de hele wereld. In de tweede plaats krijgt u informatie over de ontwikkeling van uw kind. Bovendien krijgt elke deelnemende baby een aardigheidje en een Wereldwinkel-bon van € 10,-. De onderzoekstijden in Appingedam zijn: dinsdagochtend, donderdag tussen 17.00 en 20.00 uur, vrijdag de hele dag; Voor aanmelden en het verkrijgen van verder verdere informatie: IMP@dekinderacademie.com. .

Auteur

admin