Nieuwe thriller Anita Larkens kan wel eens doorbraak betekenen

Bedum

Schrijfster Anita Larkens uit Bedum heeft een prettig voorgevoel. Ze denkt dat haar net verschenen derde thriller De Dagen wel eens haar doorbraak kan betekenen. “Ik verwacht er veel van. Het is ook echt geschreven voor een groter publiek.”

Haar eerste twee thrillers Schaduwdochter en De Betrokkenen scoorden ook al goed en de verkoop vertoont een stijgende lijn. Haar uitgeverij Crime Compagnie heeft er in ieder geval vertrouwen in en reserveerde zelfs een grote advertentie in de Story. Inderdaad, vrouwen zijn de echte boekenverslinders en De Dagen is ook echt naar vrouwen toe geschreven, bekent Larkens, die zich haast te zeggen: “Het is ook heel geschikt voor mannen, hoor.” Haar tweede psychologische thriller De Betrokkenen kreeg zelfs gunstiger reacties van de mannen dan van de vrouwen, weet Larkens, die haar bescheidenheid ook wat laat varen. En dat mag ook wel, want haar eersteling Schaduwdochter werd in Vrij Nederland een ‘uitermate geslaagd debuut’ genoemd’. Terecht, want het spannende boek met opvallende psychologische rafelranden is door schrijver dezes tijdens een vakantie bijna in één ruk uitgelezen. Hadden de eerste twee boeken nog psychologische thriller op de kaft staan, De Dagen gaat door het leven als literaire thriller. “Laat ik maar een beetje pretenties krijgen,” meent Larkens. “Die Groningse bescheidenheid is op zich mooi. Maar ik merk toch dat ik bij de eerste twee boeken te weinig aan promotie heb gedaan. Ik ben deze keer wel heel erg tevreden over het resultaat. Ik heb zoiets van: het gaat helemaal goed komen.” Die tevredenheid heeft ook te maken met een iets andere aanpak. “Sommige mensen vonden Schaduwdochter toch wat aan de moeilijke kant, met gedachtenstromen en veel flashbacks. Ik hou niet van heel makkelijke boeken, ik mag me zelf graag uitdagen. Maar ik heb er nu toch voor gekozen om in De Dagen een chronologische volgorde aan te houden. De Hoofdstukken verlopen ook zo; het begint met Dag 1. De tijd speelt een heel belangrijke rol in het boek.” Het boek, dat zich net als de vorige twee in de Stad en de provincie Groningen afspeelt, gaat over de nachtelijke verdwijning van twee kleuters uit het huis van hun moeder. Ze woont apart van haar man waarmee ze in scheiding ligt. “Door de hele situatie worden beide ouders verdacht,”licht Larkens het verhaal toe. “Maar er zijn veel meer verdachten, onder andere mensen in hun omgeving die het niet zo goed met het gezin voor hebben.” Het boek valt in de categorie domestic noir. “Dat houdt in dat het heel herkenbaar is. Dat het jezelf zou kunnen overkomen. Of vrienden of de buurvrouw. Een aantal personages is voor vrouwen heel herkenbaar. Er komen ook vrouwenthema’s in voor als vruchtbaarheid en dat vrouwen heel erg over andere vrouwen kunnen oordelen. Een aantal personages in het boek heeft daar behoorlijk last van en dat is voor vrouwen heel herkenbaar.” Larkens heeft ook voor dit laatste boek veel research gepleegd. “Voor De Betrokkenen heb ik dat voor het eerst meer gedaan. Die thriller was geïnspireerd op een waar gebeurd verhaal. Omdat er een brand in voor kwam, heb ik daar onder andere met een expert over gepraat en locaties als de Euroborg bezocht. Dat soort onderzoeken maken een boek een stuk geloofwaardiger, terwijl je ook dingen ontdekt die het verhaal sterker maken.” Anita Larkens is als auteur een beetje een laatbloeier. In 2001 maakte ze haar schrijversdebuut met een verhaal in de bundel De Volmaakte Vrouw, een serie interviews over het werk en privéleven van vrouwen. Als schrijver had ze al een goede basis opgebouwd als reclameschrijfster en redacteur van een weekblad in haar toenmalige woonplaats Appingedam. “Ik had na dat debuut door moeten pakken, maar het normale leven kwam er tussendoor. Het opvoeden van een kind en een echtscheiding. Ik ben nu moeder van twee kinderen, van 22 en 7 jaar. Het schrijven is destijds een beetje op de achtergrond geraakt. Ik ben gaan werken in loondienst, met banen als budgetconsulent en management-assistent. Ik heb het schrijven langzamerhand weer opgepakt met journalistieke dingen en het optekenen van levensverhalen. Ik heb zelfs een cursus creatief schrijven gegeven. Je maakt wat mee. Bij die laatste cursus deed er zelfs iemand mee die dacht dat het om kalligrafie ging. Maar al die dingen, het kilometers maken in schrijven, maken je wel beter. Ik had een goede basis toen ik besloot om echt een boek te gaan schrijven. Het werd de thriller Schaduwdochter, omdat dat genre zo in opkomst was, maar het had net zo goed een roman kunnen zijn. In Schaduwdochter toonden drie uitgeverijen interesse, mar ik had net de pech dat de boekenwereld aan het begin van de crisis was ingezakt. Uiteindelijk kwam het eerst zelfs alleen als e-book uit. Later werd het aardig verkocht bij de boekenwinkels. Ik had wel het geluk en de luxe dat ik het me kon permitteren het rustig op te bouwen omdat mijn man een goede baan heeft.” De stijgende lijn in haar verkoopcijfers en de toenemende naamsbekendheid hebben er wel voor gezorgd dat ze als schrijfster nieuwe kansen kreeg. Als lid van het Genootschap Nederlandse Misdaadauteurs mocht ze meewerken aan het boek Kwade Zaken, waarin 16 schrijvers werden gekoppeld aan bekende strafpleiters. “Ik heb daarvoor samengewerkt met Heiko Eckert. Een zaak van hem heb ik als voorbeeld gebruikt om er een fictief verhaal omheen te breien. Dat werkt op zich heel goed. Het was wel heel spannend om te doen, omdat hij dat dan weer te lezen kreeg. Het was echt heel eervol om daaraan mee te werken.” Larkens probeert de komende periode met een heel nieuw genre haar laatste thriller los te laten. Want dat valt nog niet mee. “De personages uit het boek houd je altijd bij je. Zelfs die van Schaduwdochter zijn er nog. Je bent twee jaar heel intensief met ze bezig. Dat is een heel proces, waar je niet weer van los komt. Het goed om even een pauze in de thrillers in te bouwen.” Die gebruikt Larkens voor het schrijven van een historische roman. “Het is gebaseerd op een familieverhaal van mijn vaders kant. Het gaat over dagloners die in de periode van 1850 tot 1900 in de dorpen Losdorp en Bierum hebben gewerkt. Het is tegelijk een familiesaga en een arbeiderspamflet. Het gaat erover hoe arbeiders werden misbruikt door de herenboeren. Die Groningse boeren gedroegen zich door het beklemrecht arroganter dan de boeren in de rest van het land. Het verhaal is echt gebeurd, maar ik heb het natuurlijk gedramatiseerd. Het verhaal vergt veel onderzoek, maar dat is ook wel weer de charme ervan. Ik ben al een stuk op gang, het boek moet in 2018 verschijnen.” Bram Noordhuis

Auteur

Bram Noordhuis