Anneke Knollema haalde 6000 baby's

Spijk

Tijdens een gezellig etentje in het Eemshotel heeft Anneke Knollema onlangs afscheid genomen als verloskundige. Ze bracht in ruim 44 jaar zo'n 6000 baby's ter wereld.

Ze heeft een groot deel van de huizen in het Eemsmondgebied van binnen gezien en bij sommige families zelfs van drie generaties vrouwen een kindje gehaald. De 66-jarige bewoonster van een herenboerderij in Spijk is op haar 65ste al uit de maatschap Artemis gestapt, maar werkte nog een jaar parttime door. Het hielp haar niet alleen bij het verwerken van de dood van haar echtgenoot Jan Knollema, de oud-directeur van Theater de Molenberg, maar ook om echt afscheid te nemen van het vak. “Het is toch een apart beroep, het heeft je te pakken. Het is heel dankbaar werk. Door een jaar door te werken heb ik echt af kunnen bouwen. Ik had dat jaar nodig om los te komen van wat je meer dan 44 jaar gedaan hebt. Het heeft me geholpen het hoofd leeg te krijgen en afstand te creëren.” “Jan en ik hadden nog allerlei plannen. Het liep allemaal ineens anders, een half jaar voordat ik 65 werd. Na zijn dood ben ik ook direct doorgegaan met werken. Ik heb geen dag verzuimd. Het bezorgde me afleiding, even uit de privé sores, gewoon concentreren op het werk, die vertrouwde routine. Ik heb het als heel prettig ervaren gewoon aan het werk te kunnen zijn. Je houdt je ritme vast en dat sleept je er toch het snelste doorheen. Het is mooi dat je die mogelijkheid hebt.” Doorgaan is altijd het credo geweest, met name in de eerste dertig jaar van haar werk. “Je kon gewoon niet verzuimen, niet ziek zijn. Er was altijd een tekort aan verloskundigen in dit gebied. Pas sinds de vierde opleiding in ons land, in Groningen, erbij is gekomen, is de situatie anders. Er is nu zelfs een overschot. Ik heb in juni 1971 mijn diploma gehaald en kon in september aan de slag in de verloskundigenpraktijk De Boer-Coppy. Die heb ik een jaar later overgenomen wegens ziekte. In die tijd deed je alles nog alleen. Ik had continu 300 cliënten, waar ik zeven dagen per week en 24 uur per dag de zorg voor droeg. Die grote hoeveelheid is altijd zo gebleven. Zo'n grote praktijk had je ook nodig omdat de betaling slecht was. Het is de eerste twintig jaar sappelen geweest. Pas sinds de demonstraties in de jaren '90 werd het beter. Het vak heeft sinds die tijd veel meer waardering gekregen. De opleiding is beter geworden en de bijscholing intensiever, terwijl de samenwerking vorm kreeg in een hele zorgketen eromheen, van gynaecologen tot kraamzorg.” Knollema prijst zich gelukkig dat ze in deze regio heeft kunnen werken. Het begon in Delfzijl, later kwam Appingedam erbij en delen van de gemeentes Slochteren, Loppersum en Eemsmond. “Het heeft echt wat om hier te werken. Je hebt hier veel variatie in de bevolking, in opleiding- en werkniveau. Het steeds weer lekker schakelen, is het leuke eraan. Als je in een stad werkt, kom je alleen in een bepaalde wijk en heb je veel minder afwisseling. Ik moet wel zeggen dat Jan Modaal toch wel de makkelijkste klant is, daar heb je het minste gedoe van. Het mooie van dit gebied is ook het internationale karakter. Sinds de jaren 70 zijn er veel Turkse mensen gekomen, later meer nationaliteiten, ook door de komst van de asielzoekerscentra. Ze komen uit alle brandhaarden van de wereld. Dan heb je te maken met taalbarrières, veel stress en psychologische problematiek. Ze accepteren de zaken echter wel makkelijker dan wij.” Het is een beetje vergelijkbaar met het verschil tussen vroeger en nu, onder de Nederlanders, merkt ze. “Vroeger lagen de zaken toch wat minder gecompliceerd. De mensen waren ook minder complex en sneller tevreden. Er waren ook veel meer thuisbevallingen.” Dat is sinds de sluiting van de kinderafdeling van het Delfzicht in 2009 totaal veranderd. “De datum 1 december 2009 heeft voor enorme verandering in werken gezorgd voor ons. Daarvoor was het zo dat als een vrouw koos voor thuis bevallen, ze bij een verandering in gedachte of verslechtering in situatie binnen tien minuten in het ziekenhuis was. Het is nu nog steeds zo dat in geval van slechte harttonen van de baby of vloeien voor de bevalling het meteen richting ziekenhuis gaat. Maar het duurt nu wel drie kwartier van bed tot ziekenhuis. Het gevolg is dat mensen eerder gaan bellen, het brengt veel onrust en spanning teweeg. Steeds meer mensen kiezen daarom voor bevallen in het ziekenhuis. In het begin is daarbij de denkfout gemaakt dat mensen allemaal wel voor het ziekenhuis in Winschoten zouden kiezen. Maar dat is helmaal niet zo. De meeste kiezen voor Groningen. Wij hebben ineens met drie ziekenhuizen te maken en het gros wil naar het UMCG. Dat is relatief ook het dichtste bij. Dat zorgt voor een heel andere manier van werken. We hebben nu een zeer intensieve samenwerking met het UMCG.” Knollema merkt wel dat het vak een enorme revolutie heeft doorgemaakt. “Sinds ruim tien jaar is heel veel ten goede veranderd. Er wordt steeds meer vanuit gegaan dat de gezondheid van de moeder de basis is voor de gezondheid van het kind. Roken, alcohol en drugs zijn voor aanstaande moeders uit den boze, maar het blijkt dat continue stress ook een belangrijke factor is voor de goede ontwikkeling van het kind. Veel meer mensen kampen tegenwoordig met financiële problemen. Je bent er nu dus ook om de mensen te ontzorgen. Het traject van de zwangerschap waar wij vanaf zo'n zes, zeven weken bij worden betrokken kent nu belangrijke meetmomenten. Na tien weken kan er onderzocht worden op het Syndroom van Down. In de provincie Groningen vindt overigens het minste aantal onderzoeken plaats. En na twintig weken is er de echo, die ten onrechte wel eens pret-echo wordt genoemd. Dat is een echt medisch onderzoek naar de gezondheid van het kind. Of alles goed is aangelegd, zoals de hersenen en het hartje. Zo'n onderzoek kan soms levensreddend zijn. Ook omdat men weet waar direct na de bevalling al op ingespeeld kan worden. Het voorkomt verrassingen in negatieve zin. Maar al deze nieuwe mogelijkheden, hebben natuurlijk wel één nadeel: Je bent je onbezorgde zwangerschap wel kwijt!” Knollema kan zich het einde van de zwangerschap van haar jongste kind nog goed herinneren. “Ik zat in de 37ste week van mijn zwangerschap en had als hoogzwangere – nog gewoon aan het werk – een heel drukke dag met vijf bevallingen op één nacht. Het ging om vier thuisbevallingen en eentje in het ziekenhuis. Eén van hen was ook nog eens een vriendin, die ik eigenlijk extra aandacht wilde geven. We konden op dat moment ook niemand anders krijgen. Het waren een dag en nacht van veel racen, maar het is allemaal goed gegaan. Tien dagen later was ik zelf aan de beurt. Ik beviel als een trein.”   Bram Noordhuis    

Auteur

Bram Noordhuis